foto: Friso Kooijman

Samen en iedereen

(foto van Friso Kooijman)

Acht uur was het gisteren en toen sliep ik. Of ja, vijf minuten over acht, want ik vroeg me nog precies vijf minuten bezorgd af of ik dan niet vanaf drie uur zou wakker liggen (niet dus). ‘Give peace a chance’ zong ik zachtjes en toen snurk.
Komt door mijn knie natuurlijk, die ik met een sierlijk sprintje naar de trein de vrijdag ervoor aan het kraken had gebracht. Sindsdien leef ik een beetje in ontkenning en een beetje in angst want heel erg pijn doet ie niet, maar heel goed functioneren ook niet. Blijkbaar is dat heel vermoeiend, om zo te leven.
Bovendien was ik op de Dam. Annike helpen met het filmen van alle gezindten die het samen gingen doen, onder de noemer Samen één Amsterdam. Ze waren het ietwat zielige zusje van Ieder1, dat tegelijkertijd op het Museumplein voor eenzelfde soort algehele eenheid volgens AT5 ‘enkele duizenden’ mensen trok. Nou ja, wij hadden meer toeristen.
Beide clubs wílden wel samen trouwens, maar dat mocht niet van Amsterdam. Want het ene was een ‘event’ en het andere een ‘manifestatie’ en dat mixte niet. Daar had men zich uiteindelijk vredelievend bij neergelegd, wat ook wel weer goed uitkwam, want het thema was vrede.
Bovendien was er zon.
Er zong een meisje, er was een rapperjongen van twaalf, er werd op het einde behoorlijk vals de alom bekende oorwurm ‘Give peace a chance’ gezongen. Vrede en geloof, tussen de duiven op de Dam.
Er waren ook draaiende Soefi’s. Ik holde – nee wandelde versneld – de Peek en Cloppenburg in, want we mochten van de bewaker op de tweede verdieping filmen. En dat staat mooi hoor, zo’n wijd uitwaaiende witte meditatierok, zo van boven. De bewaker kwam naast me staan en bleek alles van Soefi’s te weten. Het was een goede plek om te staan. Een interessante man, mooi uitzicht, en verrassend leuke kleren.

dwergspaniel

Teckel

Als je in de gang van het Groninger Museum door de hoge ramen keek, bleek je onder het waterniveau te staan. Er waren ook stoeltjes zodat kinderen zelf konden kijken, maar Milo werd het liefst opgetild. De ramen waren diep zodat je erin kon zitten. Hij zat in ieder raam. ‘Nu zijn we nat’, zei hij steeds tevreden.
Aran vond de ruimte met de vitrages mooi, maar jammer dat er dan steeds alleen maar servies te ontdekken viel. We zochten nog naar onze eigen borden, nog van mijn oma geweest, vergeefs.
De museumwinkel verkocht teckelachtige honden van Ottmar Hörl in paars, rood, zwart en oranje. Milo wou drie paarse, Aran de enige zwarte.
We fantaseerden dat ze bij ons voor de boot zouden staan.
Als wachters.
‘Als het er meer zijn, zijn ze mooier,’ vond Aran. Toen koos hij ook de oranje.

stan_en_de_negen_rovers_de_schat_op_school

Wie dapper is moet bang zijn

stan_en_de_negen_rovers_de_schat_op_school

Hoera! Het uploaden kostte wat kracht, maar met hulp nu dan toch de ‘pre-listen’ van mijn nieuwe ROVERSLIED. Het lied dat hoort bij het nieuwe AVI leren-lezen boek op rijm, kortom, bij de Stan en de negen ROVERS. Het verschijnt op 21 oktober.
Het lied werd opgenomen, ingespeeld en geproduceerd door de onovertroffen Maarten Schinkel.
Gecomponeerd en gezongen door yours truly.
Er komt nog een filmpje bij, maar ik moet het verhaal van dat filmpje, van die clip nog even verzinnen.

Iets met ENG, uiteraard.

 

 

De man in de kano

Onderweg heb ik sjans met een kale man in een kano. De zon schijnt. Ik heb afgesproken met Carlijn. We hebben het over PR plannen voor WEG. WEG is een zoektocht naar vrijheid, is deels mijn vroegere zoektocht naar vrijheid en dat maakt het, merk ik, lastig om er goed naar te kijken.
We verzinnen gastlessen op scholen (docenten: meldt u maar), workshops aan bloggers (idem), tv, dat zou leuk zijn, maar wie kijkt er nou naar een boek – voor jongeren ook nog (de Soundtrack van WEG, hoe zou die klinken). Met zoemend hoofd fiets ik terug, een trio duiven in de schaduw. In het boek zit een scène waarin Robin een heleboel duiven probeert te bevrijden. Alleen, de duiven vliegen niet weg. ‘Je kunt ze wel vrijheid geven, maar ze moeten het ook willen,’ zegt Robin.
Wat is WEG, en waar ben je dan? De man in de kano weet het.

cover WEG

2016-09-02 20.50.07 (576x1024)

Dag 5

Onderweg in de vroege ochtend kwam ik Lonneke tegen, toevallig, op straat, want wat blijkt, de weg naar Vondel CS zit vol bekenden. We dronken koffie bij de Albert Heijn, of eigenlijk; de koffie van de automaat van de AH in het speeltuintje er tegenover en dat was alsof we even op vakantie waren samen. Om een uur of 9. In Amsterdam.

Toen kwam ik hier. De laatste dag.

Dag 1 was besteed aan Erik en zijn achttienjarige knoop
Dag 2 bestond uit twijfelen en – doe ik ook zelden – filosoferen over waarom ik schrijf wat ik schrijf
Dag 3: meters maken
Dag 4: printen en schrappen en bijwerken en nog eens en nog eens
Dag 5: Hetzelfde. En dat klinkt dan misschien als een herhaling maar ik voel me meer zo’n mijnwerker die zich steeds dieper een verhaal in graaft.

Ga je wat voorlezen? vroeg Martijn van hier, van Vondel CS. ‘Nee, dat vind ik stom, een stuk uit een kinderverhaal om 23 uur,’ zei ik. Of ik het dan aan hem wilde voorlezen. Dus ik testte het op Stijn en die zei dat het leuk was, dus nu doe ik een stukkie. Een klein stukkie straks.

Mijn kindjes kwamen langs en dat was wel even schakelen, het was het einde van de week, borreltijd, volgende week weer door – of nee, volgende week zit ik op mijn studio. Niet hier, in deze torenkamer.
Misschien mag ik nog eens.
Of een keertje op bezoek.
Ik heb al een beetje pre-heimwee.
Vijf dagen doorschrijven. En dan een verhaal dat misschien wel een kinderboek wil worden.
Ik heb getwijfeld en goed gekozen.
En die Erik met zijn drie naakte meisjes in dat zwembad. Die zei net dat hij het helemaal niet erg vindt om nog even wat extra rondjes over die rondweg te maken. En die meisjes, die zeiden net dat ze nog lang niet waren uitgezwommen.

Dit is de LINK en om half elf vanavond is de uitzending

Grote mensen geloven gek

Grote mensen geloven …

Dag 4

 

Ik mis trouwens die prins die omhoog komt klimmen, maar dat is misschien op dag vijf? Toch? Avrotros? Opium? Iemand?

Ook duurde het even voor ik durfde te beginnen vandaag, want trots een schrift volschrijven zoals gisteren is één ding, lezen wat erin staat, is een tweede. En vervolgens printen en krassen. Ik kan nooit goed zien of het goed is als het nog in de computer zit. Dus ik koos een mooie vondelpark boom, sneed hem in plakjes en printte er mijn verhaal op.

Met die boom ging ik op het terras zitten, harkte er met mijn pen doorheen. De werktitel; grote mensen geloven gek. En dat allitereert wel lekker. Maar ‘gek’ is een beetje algemeen.

Even lunchen met Willemijn, dat was fijn.

Daarna weer de immer wentelende torenkamer trappen, mijn vlecht aan een haakje, alles de computer in. Hup.

Nu staat het erin.

Het is bijna zes uur ’s avonds.

Mijn hoofd voelt gebakken. Mijn vlecht blijkt een pruikje.

Ik ga even door het park huppelen.

Kijken of ik een paard zie.

 

20160831_215429 (450x800)

Dag 3

Ik vind het elke dag een enorme luxe; hier naartoe fietsen, en dan met zo’n pasje een heleboel deuren openen, trappen op, hup door naar het kamertje waar mijn computer staat. Ik woon waar mijn computer is.

In een warm klein galmend kamertje dus, maar het Vondelpark is maar mooi mijn achtertuin (als ik dit schrijf hoor ik de echo van de torenkamergasten die mij voorgingen. Arm park, altijd maar weer de achtertuin van iedereen. Vooral vanaf 13 uur wordt het druk, ik verdwaalde vanmiddag in een nest yoga-mensen, ze kwamen allemaal tegelijk naar buiten. Laatst zag ik dat ook bij de boot waar ik woon; maar daar waren het lieveheersbeestjes.)

Dag 1 was de dag van de romantiek, dag 2 van de twijfel, vandaag is er werk verricht. Ik heb een heel schoolschrift volgeschreven. Achter elkaar door. Met dansende letters.

Wacht, ik fotografeer het even.

Ik zette opa in de steigers. De strijd ging tussen opa of Erik van achttien, en opa kreeg de meeste stemmen bovendien had ik er zelf ook iets heel plausibels voor bedacht, namelijk dat ik weet dat er ziel zit in dit verhaal. En dus mag het komen. En áls ik dan wil dat het er komt, dan moet ik het nog wel dóen. En dat is meters maken. Uren schrijven. Liefst op een terras met uitzicht op mensen, zonnetje in de rug – hier dus.

2016-08-30 16.45.52

Dag 2

Dag 2

 

Dag van twijfel en aarzeling.

Gisteren nog vol enthousiasme een achttienjarige jongen uit de grond gestampt die de pick-up van zijn vader pikt en er de wereld mee inrijdt. Hij is pukkelig en verdrietig en er bovenal van overtuigd dat hij geen enkel talent bezit. En hij wil geen grijs leven. Zijn vader houdt nogal van marmite en vindt dat zelf een vrij spectaculaire voorkeur. Erik Eerdman, mijn achttienjarige held, weigert de route langs de begaande wegen. Hij wil geen boekhouder zijn met elke dag van de week een ander pak. Maar dus wel altijd op maandag in het beige. Erik wil alles of niets. En aangezien het er sterk op lijkt dat het niets wordt, dan nog één keer naar alles reiken.

Terwijl ik over Erik schreef had ik in mijn achterhoofd die hoge rondweg en een stel naakte meisjes dat in een zwembad bij een grote villa aan het poedelen was. Een beeld dat ik zelf een keer zag, de basis van het verhaal. Een plotseling inkijkje dat je cadeau krijgt als je over die rondweg zoeft, een beeld dat Erik van zijn sokken zou blazen.

Maar Erik heeft andere plannen. Hij pikt twee briefjes van vijftig, stopt bij een tankstation en koopt 21 cola’s.

Hij laat zijn wisselgeld op de grond vallen. Een vrouw van een jaar of 25, kapotte panty’s, strakke blik, helpt hem oprapen, draagt 10 van zijn cola’s, kiept ze op de grond bij de passagiersstoel, klimt dan zelf naarbinnen.

Is er zomaar een vrouw mijn verhaal in gestapt.

Op dat punt stopte ik.

Gisteren.

Ruim 2000 woorden, leuke opzet, Jowi, nu naar bed.

Vandaag kwam de twijfel.

Heeft het verhaal wel genoeg ziel. Wat wil ik er eigenlijk van. En ook: lijkt het niet teveel op mijn nieuwe boek WEG, met een meisje van veertien dat wegloopt. Dat onderweg is. Dat onverwachte mensen ontmoet?

Dat je net zo lang met je hoofd in één voeg hebt gezeten, dat je er nog een tijdje steeds opnieuw over begint.

 

Joukje kwam, we liepen een rondje park wat heel fijn was. Het ging over rammelen aan verhalen. Over kaders bouwen en je dan aan je zelfbedachte regels houden.

Het ging over personages onderzoeken. Een jongen voor een meisje vervangen, een vader voor een moeder, een pick-up voor een crossfiets.

‘Maar wat ook kan,’ zei ik, ‘is doorgaan met die opa. Die knarrige opa die al tijden in mijn computer woont. Die zijn twee kleinzonen het bos insleurt. Een ruziemaker, een driftkikker, een betweter.’

Dat verhaal leeft al een beetje. Het wil graag bestaan. Maar voordat ik deze torenkamer inging, leek me dat een te makkelijke zet. Dit is de plek om nieuw werk te creëren, om naar de hemel te reiken, aangezien je toch al halverwege bent, Torenkamer en alles.

Bovendien is het een kinderverhaal en ik wilde iets anders.

Later at ik nog een boterhammetje met Maurits en toen Friso botenboeken kwam langsbrengen, aarzelde ik nog steeds.

Het is inmiddels 16.30.

Ik heb dit stuk net geschreven.

Ik stof zo opa af.

Moet je doen wat je kan?

Moet je doen wat je denkt dat je wil?

 

Elke tip is welkom. Ik zit hier nog wel even.