Verbindingsofficier

We gingen naar Voorlinden om Kiefer te zien. Het regende nonstop en mijn tante en mijn vader zaten al te wachten, die waren met het rolstoelbusje. Ik was nog nooit in Voorlinden geweest, maar zoals vaker in musea zag ik eerst vooral de bezoekers. Gelijksoortig, was het denk ik het goeie woord. En dan nog het fenomeen dat je met zijn allen door zalen loopt en naar beelden van anderen kijkt. Kunstenaars die stukjes (soms bizar) hoofd met je delen, maar dan dus zaal voor zaal, ordentelijk.
Er was een catalogus, die ik steeds aan mijn vader voorlas. We reden hem ook steeds naar het midden, naar dat middelpunt van zo’n kring kijkers, dat leeg moet blijven als je een volwassen maatje hebt, maar niet als je in een rolstoel zit. Mijn vader zei niet veel, maar ik denk wel dat hij naar mijn voorlezen luisterde. Hij vond Kiefer mooi, ik ook.
We kwamen om elf uur, precies op de tijd dat het museum zelf adviseerde om vooral niet te komen; wegens oplopende topdrukte. We liepen zelfs door de regen naar het restaurant om daar in de rij te staan voor een lunchplekje. Buiten was er een kar met koffie en muffins, waar Milo en ik ons vervoegden, opdat we iets te drinken en te eten hadden in de lunchrij.
Opeens begon ik er, dwars door alle regen heen, enorm blij van te worden; dat je al mag eten voor je gaat eten en al koffie krijgt voor je zit. Dat het gelukt was om hier te zijn en dat we ons niet al teveel van al die andere mensen aantrokken, dat we het geld hadden om dit allemaal te doen. Alex was ook nog het beeld van Richard Serra in gereden, maar Serra hield duidelijk geen rekening met rolstoelen.
Milo en ik voegden ons met natte koffie en dito muffins bij ons gezelschap net op het moment dat we aan de beurt waren voor de lunch. Het eten was goed en snel, de zaal zat zo vol dat niemand elkaar kon verstaan en weer terug bij de parkeerplaats had de man van het rolstoelbusje in hetzelfde regiment als mijn vader gezeten. Hij was ook iets met verbindingsofficier geweest.
‘Dat je elkaar dan hier tegenkomt is toch een soort lot uit de loterij,’ zei hij plechtig. Er hing een druppel water aan zijn neus. Ik denk tenminste dat het water was.
‘Duh da duh dut, duh duh daa, duh da duh dut,’ zei mijn vader.
De man lachte.
‘Wat betekent dat?’ vroeg ik.
Mijn vader wierp een blik op mijn kinderen en zei toen: ‘Een lichaamsdeel, dat begint en eindigt met een l.’

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.