Vakantie met de dood

We zijn in Harderwijk, ik en de jongetjes. Ik denk dat het de eerste vakantie is in bijna een jaar. De laatste keer was Schotland, toen overleed mijn oom en vlak daarna mijn moeder. Misschien dat de dood met de vakantie danst, want gisteren was ik eerst nog bij de crematie van de moeder van Anna.  Meteen daarna reed ik door naar hier. Met onderweg de podcast van Plots in mijn oren. Over de man die stenen op auto’s gooide en uiteindelijk zelfmoord pleegde. Die dood, vertelde ik mezelf, is iets wat erbij hoort. We drukken hem weg, als het minste favoriete gerecht op de kaart, de zuurkool waar we kaviaar zouden willen, en, als dat niet kan, patat.
Tijdens de mooie dienst in de Duif zei iemand iets over ‘gouden lijntjes’. Gouden lijntjes met de doden, waar ze ook zijn. Waar je ook wilt geloven dat ze zijn. Had ik eerder gehoord, dat van die lijntjes, maar opeens kon ik het me voorstellen. Voor het eerst. Dat de fysieke pijn, die angstige misselijkheid waarmee ik mijn moeder mis, gepaard kan gaan met een gouden lijntje. Dat ze meezweeft met me, als een glimlachende ballon. Nee, geen ballon, dat is te plastisch. Als iets, met een lijntje. Verbonden aan mij. Een gouden, oneindig rekbaar lijntje. Helemaal mee naar Harderwijk, naar een bungalowhuisje uit 1990, met bleekgrijze steentjes en een open haard die ik vanavond ga aansteken, een vaas ervoor met twee nep-orchideeën erin.
Een belofte voor de toekomst, zoals yoga dat is, wat ik deed, via youtube, op een meegebracht matje. Daarna voor het eerst de online meditatie van diezelfde juf, die nog wel Cassandra heet, dus je kunt je afvragen hoeveel ik van haar voorspellingen moet geloven. Maar ze voorspelde vooral ‘dat het uit zou maken’ dat ik meedeed, en verder gaf ze ‘affirmaties’. Ik zat en luisterde naar mooie zinnetjes. Waarvan de helft, net als dat gouden lijntje eerst, als water op vet van me afrolde. Maar één van die affirmaties was: ik waardeer de mensen die dicht bij me zijn. Dat ga ik vandaag een potje doen, besloot ik. Want als er ooit een moment is, dan is het nu, deze regenachtige vakantie in een huisje. Kom ik daarna misschien ook wel toe aan ruimte voor licht in mijn rouw. Zoals een fikkie kan beginnen bij nepbloemen in een bruine vaas voor een open haard die nog niet aan is.

Slurfjes in de wind

Nu het plein bij ons voor de deur steeds meer in een open festivalterrein zonder Dixies aan het veranderen is, hebben we plantenbakken geplaatst. Met boompjes zelfs; een kers en een Golden Delicious en een Jasmijn die we van Marieke kregen, maar die het een beetje moeilijk heeft.
Het uitzicht is meteen een stuk beter dan al die jongenspiemels, die, soms gebroederlijk op een rijtje, bij zon voor het raam stonden te wapperen.

Rondje voor de hele zaak

We hebben al jaren geen bel. Wel een klopper, maar daar kunnen de meeste kinderen niet bij. Die hangen dan ondersteboven aan de boot om vanaf de stuurhut toch bij die klopper te kunnen, wat grappig is; meestal staat de deur namelijk gewoon open.
Nu is er dus een bel. Met zo’n klepel eraan van stoer touw. Waardoor ik meteen denk aan de duistere kroegen van vroeger waar heel soms zo’n bel klonk. Kwam er een rondje voor de hele zaak. Volgens mij liep de barman dan met een blad bier rond. Moest je goed opletten, anders had je dat rondje gemist. Soms zag ie je niet, de barman, zag hij alleen zijn vrienden, met dat blad van hem. Had je alsnog pech.
Nu heb ik een afspraak met Huda gemaakt. Voor een terrasje in de nieuwe tijd. We moesten reserveren dus ik denk wel dat het goed gaat. Maar voor het het geval er iets misgaat neem ik mijn scheepsbel mee.

 

Zaterdag

Goed, toen was ik even stil. Coronamoeheid, ik zag het overal toeslaan.  Ondertussen fotografeerde ik wel een fantastische zonsopgang zonder poes, en reed ik zacht zingend naar de studio, omdat het tegenwoordig extra heerlijk is om een tijdje ongestoord te kunnen werken. Tijd die ik vervolgens verdeed met het koffieapparaat (is dat al ontkalkt?) en met lezen in een boekje over ‘Fatal Flaws of Fiction Writing’. Maar dat laatste heet studie, dus eigenlijk was ik heel nuttig bezig. Nu nog even die foto’s bewerken. Dan zie je de zonsopgang. Mét en zonder kat.

Overzicht

Met Joukje had ik het over ‘ergens boven hangen’. Dat het dé manier is om iets van boeken of de wereld te snappen. Dat er alleen maar recensies mogen worden geschreven door mensen die dat kunnen. En dat het – in ieder geval wat de wereld betreft – lastig is om het nu te doen. Omdat we er zo in zitten met zijn allen.
En toch, toen gisteren bekend werd dat Theaterfestival Boulevard niet doorging, hing ik er even boven. Ik zag mijn zomer verkleuren, bleker werd het, meer wit en geel. Geen intense theater elfdaagse, geen interviews, geen nieuwe contacten, niet die opwinding elke dag. Schrijftijd, troostte ik mezelf (dat is trouwens niet ‘erboven hangen’, ik denk altijd ‘schrijftijd’, als er iets niet doorgaat).
Tot de zomer kan ik het dus zien. Verder is het leven een rommeltje. Maar daar hebben we ook iets op verzonnen. We zien elkaar aan het einde van de middag hopelijk, Joukje en ik. Met anderhalve meter ertussen, in het midden van de stad, op de Dam ofzo. Biertje erbij. Wat nou erboven hangen. Gewoon, hangen.

 

Als je trouwens een schrijfopdracht wilt doen, check dan deze, of bijvoorbeeld deze. Je krijgt gratis feedback in Coronadagen.

bijna thuis

Als je op googlemaps het adres van mijn ouders intikt, dan zie je mijn moeder. Ze heeft haar fiets in de hand, staat voor de deur van haar huis. Allebei haar benen er nog aan, nog helemaal in leven. Je ziet haar op de rug, die iets te grote, witachtige jas, die ook zo goed waterafstotend was. Bezig met binnenkomen. Mijn vader is waarschijnlijk thuis, hun auto staat voor de deur. Hij is blij dat ze er weer is. Ze is vast bij iemand op bezoek geweest. Gaat hem straks vertellen hoe het was. Kopje thee erbij.
In de raam van buren weerspiegelt de googleauto. Hun tuin is uitbundig groen, vol uitgebloeide planten, die alles gegeven hebben. Een woeste tuin. Misschien wel de plek waar mijn moeder het woeste was.
Ik weet dit al een tijdje en af en toe moet ik kijken of ze de foto niet hebben vernieuwd. Vandaag was zo’n dag. Ik was de boot aan het schilderen en moest er steeds aan denken. Ik ga er een foto van maken, dacht ik. Er waren heel veel randjes om te verven. Steeds opnieuw dacht ik het. Voor ze daar ook weg is. Ik moet snel zijn. Want ze is steeds verder weg. En dan moet ik haar zoeken.
Dus daarnet heb ik een foto van de foto gemaakt. Ze was er nog.

 

Ei nummer 18

Gisteren had ik een zoombijeenkomst met 35 mensen. Het was verleidelijk om niet meer te luisteren en alleen te kijken naar al die werelden. Al die boekenkasten, ramen, tafels, voorbij sluipende huisgenoten. Daarna belde ik met mijn vader en zette de camera op ‘de andere kant’, waarna ik hem op een tocht door de boot nam. Ik heb uiteindelijk boontjes met hem gesneden, maar voor die in de pan gingen werd er bij hem aangebeld: de buurvrouw met eten.
Daarnet kocht ik bij de bakker paaseitjes die we in de tuin van mijn schoonmoeder gaan verstoppen, dan heeft zij ook iets te zien als ze door haar raamscherm kijkt. Het echte beleven zit in je hoofd, wat dat betreft lijkt deze tijd veel op schrijven.

Dit is de opdracht: schrijf een verhaal over iemand die een ei vindt en zich afvraagt hoe het daar komt.

Wil je feedback op je ei-tekst? Stuur me je verhaal, max 750 woorden.
De beste tekst maakt kans op een gesigneerd nieuw boek (Beste broers heet het, komt heus binnenkort uit)

Nu ook hier een gezellige coronaschrijfoefening

Sommige vrienden zijn online veranderd in billboards. Met grapjes en teksten en vooral ook; strenge verzuchtingen. Dat mensen zomaar lopen te genieten van mooi weer bijvoorbeeld, de waanzin.
Die vrienden hebben in hun stem de echo van’de samenleving’, van de ‘ic’ (en kijk eens hoe erg het daar is – alsof het daar OOIT niet erg is. Het is een capaciteitsprobleem, vrienden, veroorzaakt door bezuinigingen, niet een ernst-probleem, want ernstig is het op de IC altijd – maar dat terzijde).
Wie het waagt iets anders te beweren kan net zo goed eigenhandig bejaarden gaan vermoorden. Mensen. Eigen mensen vermoorden. Ze schrijven het nog maar eens groot op hun tijdlijn.
Het gelijk aan je kant hebben; het moet lekker voelen.
Je kunt ook gewoon zien wie de vijand is, ook dat is verhelderend.
En daar vind ik dus van alles van, maar er wordt al genoeg gekakeld, dus ik stel een nieuwe schrijfoefening voor, en je mag kiezen aan welke kant je wilt staan. Leuk toch, en ook nog eens verdiepend.
Dit zijn de opties:

1. Je zit al drie weken binnen, je hebt niet alleen een masker maar ook een pak in huis, je kijkt op Funda of er nog ergens een berg in Groenland te koop is (vraagt je meteen af of ze die wel hebben, leuke bergen, en wat dan het uitzicht is).
Maar vandaag wordt er aan de deur geklopt. Het is de buurman. Hij ziet er beslist een beetje groen uit. Wat doe je?

2. Je bent al drie weken extra veel buiten – verantwoord natuurlijk, je bent een bewust mens. Jouw immuunsysteem is bovendien top door een mix van yoga, slakkenpoep (onverdund) en dagelijkse meditatiesessies. Daarom groet je ook iedereen die op straat loopt, extra lief. Je houdt nu eenmaal van het leven wat je ontzettend veel energie geeft. Is nog niet verboden toch, liefde? En je noemt het ‘vibes’, die energie, omdat niet iedereen ‘energie’ begrijpt.
Maar nu werd je net wakker met een heel duidelijk gevoel: je wilt meer DOEN voor de samenleving. Meer dan zwaaien en vriendelijk groeten. Je wilt mensen hélpen. Maar hoe?

Wil je feedback? Stuur me je tekst, max 750 woorden. De beste tekst maakt kans op een gesigneerd nieuw boek (Beste broers heet het, komt heus binnenkort uit)

Verjaardagsbrownies

Vandaag zou mijn moeder jarig zijn geweest als ze niet vijf maanden geleden was overleden. Na haar dood besloot ik hier een blog bij te houden. Over rouw, stelde ik me voor, over verlies. Het werd, zoals dat wel vaker gaat met leven, een rommeltje. Een beetje zoals de kast vol potjes die ik daarnet opruimde: we bleken vijf soorten nauwelijks aangeraakte pindakaas te hebben.
Ik bedoel te zeggen: wat een blog-voornemen was, werd een verhaal en het verhaal werd onderdeel van mijn leven, waardoor ik het voornemen vergat en me bijvoorbeeld stortte op de corona-schrijfopdrachten, op een andere pagina van deze website. Omdat je met schrijven deze wonderlijke tijd nog een beetje kunt bijhouden, wellicht.
Hoewel ik het van tevoren had verwacht, is er in de afgelopen vijf maanden niemand geweest die me vroeg of ik de dood van mijn moeder al had ‘verwerkt’, een begrip waarvoor ik – net als voor ‘genieten’ – een beetje bang ben. Als vandaag iemand het zou vragen dan zou ik een antwoord hebben. Ik zou zeggen: ‘Vijf soorten pindakaas. Ik heb er een recept voor gevonden: pindakaasbrownies. Alle vijf de potten erin. Veel chocolade erbij. Alles opeten. En dan moedig voorwaarts.’

Schrijfopdrachten

Sinds kort heb ik TWEE blogs. De ene is deze. Met persoonlijke verhalen. De andere is meer zakelijk of staat, zoals nu, vol schrijfopdrachten in tijden van Corona. Je krijgt gratis schrijfadvies mocht je vragen hebben en je mag zelf kiezen welke opdracht je wilt maken.
Kijk maar hier