Ring

Mijn broer en ik staan in de opslag en we zoeken. We kunnen kiezen uit tachtig dozen en een tafel, wat kunstwerken en een kast op zijn zij. Ik heb al in doos 44 gekeken,  want dat leek Bart (mijn broer dus) een waarschijnlijke locatie voor de kluis, zelfs al staat er ‘bureauspullen’ op de doos. Er zaten bureauspullen in.
We zijn ietwat vertwijfeld. In die kluis, als we hem vinden, zou een linnen zakje moeten zitten met daarin de ring van mijn moeder. Mijn vader wil al sinds ze overleed haar ring aan die van hem smeden. Het idee verdween enigszins in de alsmaar groeiende mantelzorg, maar is nu weer opgelaaid – alleen is de ring zoek.
‘My precioussss,’ mompel ik, mijn broer hoort het niet.
Het licht op de gang gaat uit, dat doet het steeds, dan moet je even naar buiten lopen om te zwaaien. Ik loop naar buiten om te zwaaien, en ontdek een vrouw in een gang verderop, die met een doos op schoot en een campingstoeltje onduidelijk dingen zit te sorteren. Opslag-leven.
Ik loop terug. Bart is met doos 35 bezig. Er zitten pakken kopieerpapier in en gekleurd karton. “Jij zei; je moet alles wat je zou willen bewaren inpakken,” zegt hij met een wat hulpeloze grijns. Ik pak een nieuwe doos. In doos 48 vinden we de kluis. Er zit niks van waarde in, en zeker geen ring.

Vergelijkbare berichten

  • Ogen dicht

    Gisteren vond ik Milo op ons bed met een verdachte grijns op zijn hoofd. Zijn eigen bedje stond naast het onze en terwijl hij me nog steeds zo stralend aankeek, stortte hij zich hoofd eerst naar beneden. Als een volleerd acrobaat stak hij op het laatste moment zijn armen uit en duikelde opzij. Snel zijn…

  • Hortsj

    Toen ik nog klein was en droomde van paardrijles, droomde ik ook dat ik het al kon. Ik zat op een ongezadeld gevlekt paardje en we reden zo hard mogelijk door een nooit eindigend veld. Dan juichte ik. De high desert herkende ik later als de plek van mijn dromen. In het echt is het…

  • Niet vergeten

    Met een hoofd vol lijstjes fietste ik langs school. Een vader liep met een verlaat kind naar het dichte hek. Het kind zei alsmaar: ‘Ikwilnietikwilniet’, wat klonk als een mantra. De vader zei steeds: ‘Ja hahaha.’ Wat klonk alsof hij wanhopig dat handboek voor vaders had doorgebladerd en nergens een oplossing gevonden had. Ze gingen het…

  • Twee woorden zijn genoeg

    ‘Mama mo? Mama mo?’ Milo mag dan tegenwoordig met twee woorden praten, ik versta er niks van. ‘Trek! Mo trek!’ Hij wijst op zijn borst. ‘Je trekker?’ ‘Ja. Nee. Papa. Mo?’ Hij wijst nog eens op zijn borst. Ik kniel bij hem neer, hij ziet er niet uit of hij pijn heeft, dus een mop,…

  • Vindt de bootjes leuker dan hysterische verkeersregelaars

    ‘Maar we wonen hier.’ ‘Dat kunnen ze allemaal wel zeggen. En nu doorrijden anders krijg je een boete van 360 euro.’ ‘Het is half negen, we willen naar huis.’ ‘Door te blijven staan geeft u een slecht voorbeeld voor die kinderen.’ ‘Die kinderen willen ook naar huis.’ ‘Dan had je maar een doorrijpas moeten hebben.’…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.