Zo’n stukje dat eigenlijk te intiem is

Ik was even heel bang; zo van wow, ze woonde in zo’n Ariel doos in een hoekje van dat toch al zo donkere hoekjesvolle huis. Ze stond daar best.
Te snel, dacht ik angstig, te snel. Maar er zat dus best weinig as in die doos, bleek, voor de helft gevuld. En witter ook, ik heb een keer voor een boek opgezocht hoe dat zat, en toen leerde ik dat kinderen heel wit zijn, maar moeders dus blijkbaar ook. Ze vloog zo vanaf het bruggetje het water in, moest nog door een soort pijp en dan aan de andere kant de brede sloot in waar haar bankje stond. Had ik geregeld bij de gemeente. Een heel mooi, simpel bankje, ik moet er alleen nog stiekem haar naam op plakken. We liepen erheen, van de brug naar dat bankje, mijn vader molde onderweg de doos een beetje, mijn broer gooide het steentje dat je erbij krijgt als bewijs dat het je moeder is, in het water.
‘We kunnen kijken wanneer ze aan de andere kant de pijp uitkomt,’ zei mijn vader met een klein lachje, bijna tevreden. Het waaide en het water gleed voorbij, maar de as zagen we niet. We bedachten dat we bij het bankje heel veel bloembollen gaan planten, dat vrienden dat ook mogen doen. Dat jullie dat allemaal mogen doen; kom je een bankje tegen, plant er dan een bloembol bij. We hadden er al een paar bij ons, bloembollen, we waren al begonnen. Het verhaal was al begonnen, al lang natuurlijk. En toen ik dat allemaal had bedacht en naast mijn vader weer op dat verse bankje zat voelde het even heel vrij.
De as was weg, mijn moeder is overal.
‘Voelt het nou heel gek?’ vroeg ik hem, hij had de lege doos nog steeds tegen zich aangedrukt.
‘Niet gekker dan dat ze er niet meer is,’ zei hij.

Vergelijkbare berichten

  • We oefenen de storm

    We rijden door de storm. Aran en ik op onze fiets, Milo bij mij voorop, als een geel boegbeeldje. We zijn op weg naar Liv, het speelvriendinnetje van Milo. Milo verheugt zich er al de hele week op. De hardste regen en wind raakt ons op de verbindingsdam. De fietser voor ons zwiept bijna het…

  • Toevallig

    Ik ben zo iemand die op de hoop vooruit loopt. Die alvast een te dunne jas aantrekt en daar dan de hele dag spijt van heeft. Die zichzelf al in de zon ziet zitten – en dat doet – en dan rillend weer naar binnenvlucht. Maar ik zie het, zelfs in de stenige stad. Ik…

  • Hoe auto te rijden

    Ik bel mijn vader na het paleis in Fontainebleau. De jongens zitten in het park bij te komen van alle wandtapijten, ik wil nog even lopen. Na twee rondjes bellen neemt hij op, hij verstaat me niet, zegt hij. ‘Je moet de hoorn tegen je oor doen,’ antwoord ik. Ons altijd terugkerende refrein. ‘Ik hoor…

  • Leeg

    Het lege huis werd gisteren schoongemaakt door een schoonmaakploeg, dat gebrek aan stof ga ik straks zien, vanmiddag, voordat ik met mijn vader zijn oortjes ga checken – als het kan. Want hij is ziek, heeft antibiotica en is in zijn beste doen al niet de beste verslaggever van zijn eigen gesteldheid. ‘Wat hoort u…

Eén reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.