Actuele ontwikkelingen

Ik was in Zuid-Afrika gelukkig aan het zijn toen er opeens een oorlog begon. Ik bleef er nog iets langer, omdat ik corona had, en niet naar huis mocht vliegen. Ik hoorde dus opeens bij het nieuws. Nu ben ik weer thuis met muts en wanten en blij met het licht en het blauw. In mijn telefoon een felicitatie omdat het wereldvrouwendag is en ik een vrouw ben. Jullie ook gefeliciteerd trouwens, iedereen die zich ook maar een beetje vrouw voelt, gefeliciteerd.
Op Facebook en Insta zie ik oproepen tot acties, donaties, te lezen artikelen. Ik doneer, en lees, en bal tijdens het lezen een vuist, in mijn zak weliswaar, maar ik bal ‘m. Verder heb ik moeite met afstanden. Dat ik daarnet nog onderaan die wereldkaart zat en nu weer hier ben en dat er dus dáár, aan de rechterkant, een oorlog gaande is. Dat er mensen die oorlog tegemoet lopen, om te vechten, om vluchtelingen op te halen. Ik vraag me af of boeken en verhalen schrijven daar wel tegenop weegt. Hoe je dát verschil op een wereldkaart zou moeten tekenen. Niets in mij wil iets politiek verantwoords roepen. Eigenlijk wil ik stil zijn. Maar dat lukt ook al niet.
Gisteren met mijn vader in het Alrijne ziekenhuis bleek de vloer Oekrainse kleuren te hebben, het was nogal vol in de wachtkamer, maar niemand had het nog gezien.
Vanmorgen drukte ik op mijn kat Broccoli, omdat ik deed alsof ze een telefoon was waar mijn jongste zoon Milo dan weer Netflix op kon kijken voor tijdens het borstelen en vlechten van zijn lange haren.
‘Druk maar op Netflix,’ zei ik, en drukte in de dij van Broccoli. Milo drukte ook, Broccoli vond ons stom en sprong van vensterbank naar de tafel, waar Aran zat. Weg Netflix.
Iets verderop zat Mo, de andere kat. Toen keken we allemaal naar Mo.
‘Disney Plus proberen?’ opperde Aran.
Er is oorlog en mijn katten heten sinds vandaag Netflix en Disney Plus.

Vergelijkbare berichten

  • Cheetah

    Het hartje op de koffie is mislukt, waar ik dan meteen iets achter zou kunnen zoeken, maar ik ben veel te blij dat er koffie is. Na een nacht vol rondhuppelende poezen en schrikkerige bedgenoten. Een echo van vroeger, een gemene grijns, toen de nacht minstens zo slopend was, maar zich heel wat avontuurlijker op…

  • De erven van

    ‘Aan de ervan van’ stond er op de envelop die net in de brievenbus lag. En toen liep ik met tranen over de loopplank naar mijn boot – hoewel loopplank klinkt alsof hij van hout is, en dat is hij niet. Wel lang, is hij, de loopplank, die entree. Binnen zaten mijn jongens te gamen…

  • Katapult

    ‘Sadistisch eten,’ noemt mijn vader al die kuipjes, die plasticjes om kazen, die onlostrekbare hoekjes. Op zijn afdeling zitten alleen maar mensen met een hersenbeschadiging, overal hangen onbruikbare vlerkjes, wordt er somber naar het bord gestaard waar geen eten ligt, maar een aanstormende worsteling. ‘Kom kom, meneer Schmitz,’ zeggen de verpleegkundigen wat dwingend en leggen…

  • Buren

    Het stormt, we hebben als een bundeltje handen en voeten geslapen, kinderkrullen in mijn neus en bij het opstaan bleef Milo als een aapje plakken. Zo ontdekten we de eenden die op de rand van de gangboorden de storm weerstaan. Na enig argwanend knipperen (oogleden van onder naar boven in plaats van andersom) bleven ze…

  • We hebben geluk

    We zijn op de werf. Dat is iets wat je één keer per zeven jaar doet, en met deze boot hebben we het nog nooit gedaan. Dus ik voel me een amateur, bij het losmaken van de boot (hoe krijgen we die vast gerotte knopen uit die touwen?) bij het aanleggen, over knopen gesproken, hoe…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.