Maisbosland

Ooit had ik bijna in Eindhoven gewerkt, als artistiek medewerker en programmeur, leek me geweldig. Zelfs de rit er naartoe zag ik wel zitten; schrijven in de trein, de velden onder je door laten razen.
In de light versie mag ik nu voelen hoe het is om ’s Hertogenbosch te werken. Het heen en weer rijden, vandaag via Gelderland, waar ik mijn kinderen bij mijn ouders achterliet. Met de auto dit keer dus, dat was logistiek eenvoudiger. En als ik daar dan rijd, over die binnenweggetjes die Googlemaps me wijst, omdat dat anderhalve minuut sneller is en ik niet op tijd heb bedacht dat ze die grote tractor niet meerekenen, zie ik een ander leven voor me. Een leven buiten de Randstad, om te beginnen, en dat ik daardoor ook iemand anders ben. Overal manshoge maisbossen (omdat het woord manshoog al zo fijn is) en werk dat zich vooral in mijn hoofd bevindt, maar dan af en toe naarbuiten komt in de vorm van een column of een overpeinzing of een boek waar iedereen heel erg op zit te wachten.
Ik zou niet bij dat mais blijven zitten natuurlijk, dat is alleen maar voor het uitzicht. Maar ik zou een terras zoeken dat erop uitkijkt. Dat moet hier vast ergens zijn. Zoals die snackbar bij Assen, waar om de tien minuten met veel getinkel de spoorwegovergang dicht en weer open gaat. Daar heb je uitzicht op bos, dat zou ik ook goedkeuren. Ik bedoel maar, ik kom uit de stad, maar ik denk heus niet dat er overal mais groeit.
Altijd aan dat ene tafeltje, pen in de hand, zonnebril op, en dat er soms iemand bij me komt zitten. Dat we dan in de verte kijken en af en toe ‘ja’, zeggen, en proosten, uiteraard. Of dat we vooral heel veel heel hard lachen, zodat we worden weggestuurd, wegens hinderlijke blijheid. Oh ja, ik zie mezelf daar wel als man zitten, in die fantasie. Maar dat mag, in het land van de maisbossen.

Vergelijkbare berichten

  • Door de herfst

    We bladeren door de herfst, met (niet eens zo heel ver) in de verte als aanrollende donder de Kinderboekenweek en daarna New York. Ochtenden met mist en Milo die als hij moe is niet stopt met kwebbelen. Of allebei de jongetjes die heel hard Bach zitten te neuriën. Want dat is het melodietje van dat…

  • Ode aan mijn Jutters

    Ik heb Jutters en dat zijn mijn vrienden en we begonnen op het strand, vandaar dat ‘Jutters’ – ik denk niet dat we ooit iets hebben meegenomen. Of ja, elkaar. En mijn vader; want die woont in de buurt van de Jutters, dus die hesen we in zo’n opblaasrolstoel die langs de zee kan, in…

  • Gooi maar los dames

    Rood met groen licht glijdt door de slaapkamer. Een discrete motor, een groot ding. In de stuurhut zie ik dat het zo’n witte joekelboot is, voor gepensioneerden die wat ruimte zoeken voor hun ego. Het is 12 uur ’s nachts. Een grijze man wijst twee dames aan hoe ze zich aan onze boot kunnen vastleggen….

  • Gaat op pad

    Ik wen niet snel. Aan niks, eigenlijk. Maar vooral niet aan reizen. Dat maakt dat het geweldig en minstens zo eng. Zoals nu, ik moet in Den Haag zijn bij een basisschool die daar ergens links achterin ligt en heb besloten om met het openbaar vervoer te gaan. Omdat door de file rijden minstens zo…

  • De ochtend koesteren

    Milo liep de hele ochtend al rond met Arans rugzak omdat ik had geroepen dat ik kleine jongens met grote tassen zo lief vind. Iets later fietste ik een stukje met Aran mee richting middelbare school. We hadden het over huiswerkstrategieën. Of we een kleurenprinter nodig hebben voor BeVo (bij ons heette dat handvaardigheid), maar…

  • Bankie

    Ik had zo’n gevreesd moment van burgerlijkheid. Iets wat je niet wilt zijn en dan toch opeens bent. Het ging over een bankje op de kade. Dat bankje stond zo’n beetje in onze woonkamer, omdat ons schip langs de kade ligt en omdat er nogal luide jongeren op zaten. Het was hun hangplek. Terwijl, zo…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.