Dominosteentjes

Een week geleden.
‘Als ik jou duw,’ zegt Els de fysio, ‘dan struikel je een beetje opzij, maar blijf je overeind.’ We staan in de lange gang naast twee stoelen, een bal en wat gewichtjes. Mijn broer en ik knikken. ‘Maar als ik jullie vader duw, dan valt hij om.’
Mijn vader, in de rolstoel, knikt ook. We hebben het niet getest natuurlijk, maar het lijkt ons allemaal heel waarschijnlijk. Het geldt vast voor deze hele revalidatieafdeling. Het heet hier niet voor niets ‘balans’.
Ik stel me voor dat ik al die mensen uit die sociale ruimte pluk en op een rijtje zet. Dan hoef je dus maar één keer te duwen. Bedekken ze als dominosteentjes het onbestemdkleurig linoleum.

Gisteren. We staan weer in de gang. Mijn vader moet van stoel naar stoel lopen. Zonder rollator. Alleen al het los staan is een nieuwe ervaring, je ziet het aan zijn lijf. Ik stel me die hersenen voor, die zich rot zoeken naar de juiste touwtjes. Waar zat de knop voor de benen ook alweer, wat doen je ogen als je loopt, en die handen, moeten die wel zo strak langs het lichaam? Met ingehouden adem bekijken we de oversteek. Els heeft mijn broer en mij verteld dicht bij hem te blijven, voor tegen het omvallen. Maar hij loopt zelf, hij gaat zelf zitten, hij staat zelf weer op. Na vier keer zwaaien zijn armen een beetje mee, is zijn nek iets meer ontspannen. Wat een wonder, dat opnieuw leren bewegen. Wat een raar apparaat, zo’n hoofd, zo’n lijf. Maar hij doet het maar mooi, hij is bezig zichzelf naar huis te lopen. Bij het keren voor de stoel valt hij bijna om. Ik grijp hem vast. ‘Ik heb je,’ fluister ik in zijn oor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.