(Over scheefhangende mensen)

Laatst zei iemand tegen me: ‘Wat ik grappig vind aan jouw blogs, is dat ze eigenlijk over hele kleine dingen gaan.’ Ik verstond: dat ze eigenlijk nergens over gaan.
Sindsdien vraag ik me af of dat waar is, en of ze niet eigenlijk over grotere dingen zouden moeten gaan. Of ik harder moet brullen (dat vraag ik me trouwens heel vaak af, moet ik harder brullen? Moet ik jullie vertellen dat ik boeken schrijf, dat iedereen ze moet lezen, dat ik iets vind van, ik noem maar wat, COVID-19? Zijn er meer mensen die dat hebben? Dat vraag ik me ook heel vaak af – zijn er meer mensen die vinden dat ze harder moeten brullen? En als het dan van de daken moet, waar die daken dan zijn?). Of zou ik juist heel blij naar mijn leven moeten kijken, omdat ik gestaag verder schrijf, omdat ik nog steeds die hoop niet heb opgegeven dat iedereen mijn boeken daadwerkelijk gaat lezen – ook zonder brullen. Dat ik blij ben omdat ik schrijf, punt (Een punt? Hebben meer mensen dat, van die dagen dat ze bang zijn om niet goed begrepen te worden – en zou dat met brullen samenhangen – hoe harder de wereld brult, hoe banger ze zijn dat niemand ze hoort?). (Hebben meer mensen dat: tussenhaakjes-dagen?).
En dan fiets ik naar de stad en loop een Spar binnen waar een jongen van de pakketdienst met een pakketje maar zonder mondkapje iets aan de de kassamevrouw vraagt die zowel afkeurend als angstig zo schuin achterover leunt dat ze bijna uit haar stoel valt. En daar sta ik dan te wachten, tot de jongen klaar is met brullen (hij brulde niet, maar dat zou leuk zijn, voor deze blog) en wegloopt. Tot ik aan de beurt ben om af te rekenen. Tot die mevrouw weer recht zit.

Vergelijkbare berichten

  • Slaperige leeuwen

    Terwijl ik de manen van mijn jongste kam, denk ik aan het verhaal dat ik aan het schrijven ben. Hoe het zijn einde nadert – maar dat doet het al een tijdje. En hoe heerlijk dat kan voelen. Een wereld om naartoe te gaan. Muren om nog iets rechter te zetten, een kek versierinkje gewoon…

  • Mottige vosjes in de regen

    Net als het niet harder kan regenen, gaat het nog harder regenen. De Belgische wegen zijn gemaakt om te aquaplanen, maar het is niet druk op de weg – voor zover ik kan zien. We zijn onderweg naar Aran die op klimkamp is in het Franse Fontainebleau, een plek die elke klimmer blijkt te kennen,…

  • Wowowowo

    Het Roverslied is af. Het staat nog niet online, maar het is er al wel. En het is een fijn lied! Niet moeilijk ook. Sterker nog, vanmorgen bij het schoenen aantrekken zong tweejarige Milo het al. Het ging ongeveer zo: Hoihoihoihoi, hohohoho, wowowowo, gogogogo. Eitje.  

  • Wat er níet is

    ‘Je probeert ook te kijken naar wat er níet is,’ zei Jacintha Ellers, hoogleraar evolutionaire biologie, toen ik haar interviewde voor Neushoorns in het Noorderpark. Ze zit niet in de audiowandeling, maar hopelijk wel in het vervolg, het vervolg van kijken in de toekomst, van wat er nog gaat komen, van wat er nog niet…

  • Klaprozen

    Ze zeggen dat klaprozen groeien op omgewoelde grond. Grond waar oorlog is geweest, toegedekt door de tijd; daar groeien de klaprozen. Omdat de oorlog nooit helemaal verdwijnt. Gisteren ging ik naar het AMC om over Milo te vertellen aan verpleegkundigen in opleiding. Ik zag er tegenop, maar ik ging toch. Beter huilend vertellen over de…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.