Grote boot, grote stad

Toevallig ga ik opeens twee dagen achter elkaar naar Rotterdam. Van de ene grote stad naar de andere. Met die fijne snelle trein die er drie kwartier over doet, een half uur sneller dan de normale, waardoor je het gevoel hebt dat je tijdens het rijden tijd zit in te halen.
De tweede keer is er zon, is het gistermiddag. Het station is overgenomen door toeristen. Dat betekent ook dat ze overal stilstaan, dat je over koffers kunt lopen, dat hele families picknicks hebben belegd midden in de hal en dat er boven, op 15a, bij het snelle perron dus, nog veel meer koffers te vinden zijn. Jongens met getatoeĆ«erde gezichten die daar zelf ook een beetje van geschrokken lijken, een man en een vrouw, waarbij de man de vrouw vol autoriteit verkeerd over de panden in Noord staat voor te lichten. ‘Dat zijn dus allemaal kantoren daar, met een schommel op het dak.’

Dan vaart opeens die boot langs. De man en de vrouw zien het al niet meer, die staan inmiddels naar hun telefoon te kijken. De meeste mensen zien het niet, te druk bezig met vertrekken uit Amsterdam. De boot komt net aan. Voegt roet aan stadsroet toe, geeft vast overlast, is vervuilend, en je wil niet weten wat er gebeurt als er daar binnen buikgriep uitbreekt.

Maar wat een ding. Wat een klein pontje opeens, dat er omheen probeert te varen.
Kijk, wil ik roepen. Grote boot. Kijk dan.

Vergelijkbare berichten

  • Schaap (KB-week)

    Als je zenuwachtig bent; schrijf. Ik ben zenuwachtig. Ik zit in de trein naar Breda en straks ga ik met een ov-fiets nog naar basisschool de Zandberg fietsen. In mijn tas zit een schaap. Onder andere. Er was een trein niet. Ik was te vroeg dus ik heb een trein eerder. Een truc die werkte,…

  • Slagveld

    Mijn ouderlijk huis is zo’n beetje verkocht en gisteren werd er door mijn vader voor getekend in zijn tehuis. Het had ook digitaal gekund, maar dat soort dingen moet je bedekken met taartjes vind ik, of op zijn minst begieten met koffie. Het tekenen was al een uitdaging, omdat mijn vaders handschrift is gekrompen. Zacht…

  • Dominosteentjes

    Een week geleden.‘Als ik jou duw,’ zegt Els de fysio, ‘dan struikel je een beetje opzij, maar blijf je overeind.’ We staan in de lange gang naast twee stoelen, een bal en wat gewichtjes. Mijn broer en ik knikken. ‘Maar als ik jullie vader duw, dan valt hij om.’Mijn vader, in de rolstoel, knikt ook….

  • We oefenen de storm

    We rijden door de storm. Aran en ik op onze fiets, Milo bij mij voorop, als een geel boegbeeldje. We zijn op weg naar Liv, het speelvriendinnetje van Milo. Milo verheugt zich er al de hele week op. De hardste regen en wind raakt ons op de verbindingsdam. De fietser voor ons zwiept bijna het…

  • Kleurendief

    ‘Ik snapte het einde niet zo goed.’ Ik neem een slok koffie en kijk naar mijn twee zonen en mijn twee neefjes. ‘Nou,’ zegt Joost van vier, ‘er was dus een kleurenvanger.’‘Een kleurendief,’ knikt Milo. ‘En die raakte zijn kracht kwijt als je zijn helm afpakte,’ gaat Joost verder.‘Dus toen hadden de rovers gewonnen.’ Alle…

  • Palen in zee

    Mijn moeder is dood. Ze is afgelopen zondag overleden. Zaterdag kwam ik hier (Oegstgeest, het ouderlijk huis) toen leefde ze nog. Maar goed ging het niet. Ingevallen gezicht, ze had ook zuurstof, die niet hielp. Later had ze morfine, een klein beetje maar, zei de dokter, om haar met haar benauwdheid te helpen. Haar laatste…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.