Vertrouwen in de medemens

Toen ik ooit begon bij NRC Handelsblad werd er vaker gevraagd of ik gesprekken wilde modereren. Soms zei ik ja, maar dan had ik altijd meteen spijt. Zo’n afspraak ging dan als een wolkenkrabber in mijn agenda staan, en dan kon ik er niet meer omheen kijken. De hele tijd dacht ik alleen nog maar aan dat gesprek. En mijn zenuwen groeiden.
Het gesprek zelf – of wat het ook was dat ik zo openbaar op een podium moest doen – ging altijd wel goed, maar het kostte me zoveel energie dat ik mezelf plechtig ontsloeg van mijn ingebouwde neiging om alles uit te willen proberen. Presenteren hoefde niet. Net als autorijden, trouwens. Ik had ook al jaren mijn rijbewijs maar zodra ik in de auto zat werd ik extreem achterdochtig en dacht ik alleen nog maar een de mogelijkheid van tijdelijke (of permanente) waanzin bij al mijn medeweggebruikers. Ik anticipeerde me gek, waardoor ik altijd krasloos, maar uitgeput op mijn bestemming aankwam.
Met een tikkie meer vertrouwen in de medemens sleet langzaamaan mijn angst voor het autorijden. Mijn angst om te presenteren had een omweg nodig. Eerst ging ik kinderboeken schrijven. Toen kwamen daar schooloptredens bij. Bovendien werd Milo veel te vroeg geboren en ging ik om geld te verdienen lesgeven, ook een soort optredens.
Pas toen ik me dát realiseerde – dat ik het al deed – begreep ik twee dingen: ik kan het en ik vind het nog leuk ook.
Dus kom maar door, toekomst, met nog veel meer gesprekken, bijeenkomsten, bijzondere workshops; ik wil die kar wel trekken.
Om te beginnen met de Gesprekken van de Dag. Deze hele week nog, tot en met zaterdag.
Straks, om vier uur, modereer ik een gesprek over mannelijkheid met theatermaakster Marte Bonenschansker en mannencoach Guido Spijk. Naar aanleiding van de voorstelling Bloos, de mannen. Kom maar kijken in het Zuiderpark in ’s Hertogenbosch, de kaartjes zijn gratis, maar je moet je wel aanmelden.

Vergelijkbare berichten

  • Hoe de dingen anders worden

    Mijn een-benige moeder ging de zorgunit inspecteren. De zorgunit/zorgserre/aanbouwpuist/kantenklarechalet-unit die tijdens haar verblijf in het revalidatiecentrum aan het huis is gebouwd. Ze zit nog steeds in dat centrum, in die kliniek, maar mag in de weekenden soms een dag naar huis en half mei zelfs helemaal. Ik was bij de plaatsing van die unit vorige…

  • Schouders knie en teen

    Het is warm in de onderzoekskamer en dat is prima, want Milo loopt in zijn luier. Woek vraagt of hij zich ook mag uitkleden, maar dat mag dan weer niet. ‘Ah,’ zegt Woek verongelijkt. Al die aandacht voor zijn broer vindt hij een beetje moeilijk. Een verpleegkundige heeft Milo net gemeten en gewogen, straks komt…

  • Kom maar op, loodjes

    Veel zeep en koud water, had Marike gezegd, dus ik ging met Alex naar mijn vader om diens trouwring van zijn vinger te trekken. Het viel niet mee, de ring was vergroeid met zijn vinger, zoals je bij oude bomen wel ziet; dat er een beetje boom omheen groeit. Maar het lukte. Daarna moesten we…

  • Stippen

    Ik had wel gezien dat mijn vader ’s nachts vier keer had gebeld, maar mijn telefoon stond al uit en ik vermoedde een broekzakbel. Dus toen hij ’s ochtends nog een keer belde nam ik vrolijk op om hem dat te vertellen. Maar het was geen broekzakbel. Hij heeft een beroerte gehad en ligt in…

  • 01 Dus hier zit de zomer

    Gisteren belde ik mijn vader vanuit Griekenland. Via Miranda, van de afdeling, die naar hem toeliep en hem hielp om te videobellen. Ik zag hem liggen met dat witte kussen achter zijn hoofd, zijn witte haren, heel korrelig, zo’n heel andere wereld, zo heel klein en ik liet hem de wijde Griekse avond zien. Alle…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.