Klusbroek

Laatst kwam er een politieboot met zoveel vaart voorbij dat bij ons de rioleringsbuis brak en bij de buren de gasleiding. Dat is botenleven. Net zoals ik nu, bijna als vanzelf, de drang begin te voelen om gangboorden schoon te spuiten en te schilderen. Ik stel me voor dat tuinieren ook zo werkt, naar de lucht kijken, proberen te ruiken of er regen komt. En dan, in geval van verf, besluiten om het er toch op te wagen (waarna even later de regen putjes in dat dunne verfhuidje nagelt). Klusjes die langzaam – en dan bedoel ik ook langzaam – inslijten, waar ik j├íren over deed, elke winter weer te laat, gut dat is veel roest zeg. Oh nee, we hadden toch iets met dat lek moeten doen. En dan was het te koud, te bevroren, of in het algemeen; te laat. En dan verlangde ik naar een huis. Maar goed, heel traag dus komt die verf onder je huid te zitten. Ik zeg: Owatrol. Antiroestverf, ik bleek er maar half tot mijn verbazing wel vier bussen van te bezitten. Ook een teken van de herfst: als het halve bussen Owatrol begint te regenen. Tijd om te smeren, in te snoeren en af te dekken. Waar is mijn klusbroek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.