|

zwabbert door de nacht

Mijn hoofd dat zich niet leeg laat denken. Over meningen en waarom die altijd ergens tegen zijn.

Waarom ze gelijk staan aan roepen dat de anderen het mis hebben. Dat ze stom zijn. Stomme piemels hebben.

Zelfs al hebben ze die niet.

Dat soort meningen. Waardoor ik steeds denk dat ik moet roepen, harder moet roepen, mee moet roepen. Maar eigenlijk word ik er vooral stil van. Een handicap, knikte iemand meelevend. Een handicap als schrijver.

De nacht en geen kind dat huilt en toch probeer ik door het donker heen te kijken om iets nieuws te verzinnen, niet me erbij te duwen. Als zo’n muntje in een spelmachine op de kermis, waar steeds meer muntjes over elkaar heen vallen en een schuiver ze heen en weer schuift, totdat er eindelijk een paar in dat bakje van jou terecht komen. Muntjes met muntjes winnen.

Ik ben dat muntje dat eindeloos heen en weer blijft schuiven. Ik heb heus een mening, maar iemand anders heeft nog veel meer mening. Bovendien wil ik verrassen, verstillen, verwonderen, aan het huilen brengen van ontroering, niet omdat ik met mijn verhaal iemands gezicht heb opengekrabd. Wat ik ook doe, het is al eens gedaan – beter waarschijnlijk, in ieder geval luider. Wat nou; durf dat podium te grijpen. Eerder: mik er een paar anderen af. Nooit was het podium dichterbij – nooit was het voller.

Een keer ging ik bergklimmen, ik was dertien, de rots was steil. Ik riep wanhopig: ‘Maar waar moet ik dan heen?!’

En mijn vriendinnetje – toen nog, voor ze vreemdging met mijn vriendje – tevens dochter van een bergklimmer, riep: ‘Omhoog!’

Ik doe mijn ogen dicht maar slaap niet.

 

Vergelijkbare berichten

  • Wollige oortjes

    Mijn tas heeft een wollig bijvakje waarin mijn oortjes wonen en ik greep erin en voelde nog iets anders. Het was de trouwring van mijn vader, versmolten met die van mijn moeder, die ik toen, op die vroege ochtend dat hij dood ging, of daarvoor misschien al – weet ik dat nu al niet meer…

  • Oh ja, administratie

    Het zit dan de hele tijd in mijn achterhoofd, maar gelukkig zit daar nogal veel, dus dan denk ik er nauwelijks aan. Totdat ik al mijn papiertjes heb geordend, de enveloppen bij elkaar heb gelegd, voor de tiende keer heb bedacht dat ik de watermeter bij de boot moet checken, maar dat dat niet kan…

  • CEO van mijn eigen hoofd

    Nog nauwelijks thuis maak ik me alweer klaar om te vertrekken. Morgen naar Spanje, naar Anna op haar berg, goed rondkijken voordat ze naar haar nieuwe huis in Nederland vliegt. Opdat we later op een nostalgisch bankje ergens kunnen terugkijken. En om even bij te komen van al dat gereis, uiteraard. Het betekent twee ongeoorloofde…

  • Geen gat, niet te vangen

    Ik haal het er weer af bedacht ik me vannacht vol schaamte. Dat bericht over dat zwarte gat. Wat een drama, wat een overdrevenheid. Ik post in plaats daarvan iets verstandigs iets over de politiek. Iets zwart-wits. Tien manieren om je hoofd recht te houden. Iets over lijn aanbrengen, doen wat columnisten doen. Duiden, plaatsen,…

  • Huiler

    Aan de overkant hebben we een huiler. Elke ochtend sta ik er met mijn jongetjes naar te luisteren. Een mannenstem, die laatste gesmoorde schreeuw voor de noodlottige sprong. Maar dan vrij hard voor een gesmoorde schreeuw. En vrij vaak. Moet ik de politie bellen, vroeg ik me de eerste keer af. ‘Er staat een man…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.