Verhuizen

Ik vraag me af of die verhuizing een goed teken is, schrijft een vriend van mijn vader. Ik ook. Mijn vader gaat morgen per ambulance (in een auto hangt hij nog te scheef) vanuit het ziekenhuis naar een ‘geriatrisch revalidatiehuis’, omdat het hardere werken van ‘echte’ revalidatie in een kliniek als Basalt te hoog gegrepen is. En ik wil het niet. Want eenmaal op de geriatrische route ga je niet meer versnellen, wat ze ook beweren. Geraniums, bingo, domino, daar ruikt het naar. Niks mis met domino. Of geraniums. Of bingo. Maar ik moet nog zo wennen aan mijn altijd iets te drukke vader van vorige week, die deze week in een rolstoel in de familiekamer van het ziekenhuis met een slap handje met dominosteentjes schuift.
Ik heb me er kwaad om gemaakt, indringend met een neuroloog gesproken, ontzettend veel steun gehad aan Enide, die expert is op revalidatiegebied.
Maar het moet ook ‘haalbaar’ zijn, zei de neuroloog.
Dat stomme nieuwe woord opeens. Net als: ‘prikkels’, of de ‘opstopping’ die Peter zou veroorzaken als hij in Basalt zat en niet hard genoeg vooruit ging. En de wachtlijst ís al zo lang. Jonkies gaan voor.
Haalbaarheid. Ik keer terug naar de familiekamer waar mijn vader inmiddels huilend zit te worstelen met het flapje van een kuipje smeerkaas.
‘Het ís ook een stom ontwerp,’ zeg ik.
Mijn vader knikt. ‘Er is wel meer stom,’ zegt hij.
Ik kijk naar die handen van hem, zo raar onbruikbaar opeens.
Morgen dus de volgende stap. Nu eerst naar huis om mijn kinderen van school te halen.
Een half uur later belt hij me op, ik zit in de trein. Ik versta hem nauwelijks, weet dat het moeilijk voor hem is om die telefoon bij zijn oor te houden. Maar uiteindelijk begrijp ik wat hij wil zeggen. Kwis is jarig. Of ik haar wil feliciteren. Onhandige handen, maar zo’n ontzettend lief hoofd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.