Lentelied

Ochtend, 27 maart, een fier zonnetje, een jammerende Broccoli achterop de fiets.
Broccoli is de kat, haar broer heet Mo.
Broccoli’s driejarige naamgever zit voorop diezelfde fiets en luistert aandachtig naar het kattengeweeklaag. Ze roept Moooooo, stelt Milo vast. Ze mist haar broer. Om er daarna waarschuwend aan toe te voegen dat hij niet naar de crèche wil. Echt niet. Terwijl we daar dus naartoe gaan. Eerst Broccoli castreren, dan Milo uit spelen, dan Jowi aan het werk. Dat is het plan van de maandag.
Omdat Edwin voorlopig niet mag autorijden, moest ik twee weken geleden per direct een crèche in Amsterdam zoeken. Vorige week ging het wennen goed, nu is Milo op de fiets alvast begonnen met huilen. Ik rij voorzichtig over de hobbels in de weg. ‘MOOOOOOOOO,’ klinkt het voor en achter me.
Het is lente, zegt de dierenarts, alsof dat alles verklaart. Milo is tijdelijk opgeknapt en houdt een verhaal over poezen. Ik moet denken aan bloembollen die in de lente een ontkiemseintje krijgen en dan aan het groeien slaan. Blijkbaar geldt dat seintje voor Broccoli’s ook, maar dan de krolse variant.
Ik wil niet naar de crèche, zegt Milo zodra we weer buiten staan. En het ding is, ik ben niet gewend aan hem wegbrengen. Bij mijn oudste kon ik ieder ‘ik ben tegen’ huiltje herkennen. Maar Milo was Edwins’ job. Qua wegbrengen dan.
Bovendien is er werk. Ga ik morgen al niet naar New York. Heb ik twee weekenden doorgewerkt. Of misschien is het de zomertijd die alles wat ingewikkelder maakt, weetikveel.
We fietsen over bruggetjes met wiebelstenen. Er is geen Broccoli meer bij, maar van Milo moet ik toch voorzichtig doen. Hij wil dat ik links hou. Ik hou rechts, hij heeft me door, hij huilt. Tegen de tijd dat we bij de kinderopvang aankomen is zijn volume orkanisch.
We zitten even op een steen bij het IJ, om bij te komen. We onderzoeken de mogelijkheden. Het zijn er niet zoveel.
We gaan naarbinnen. Het huilen zwelt weer aan.
Ik trek me los, uiteindelijk, zwaai door het raam, waarop hij, mijn schatje, nog steeds hevig brullend, even terugzwaait. En zijn moeder, de verraadster, grijpt de fiets en heft het lentelied. ‘Mooooo.’

Vergelijkbare berichten

  • Bier in de speeltuin

    We stonden bij het schoolplein terwijl onze kinderen rondrenden alsof ze de hele dag met ducttape aan hun stoel vastgeplakt hadden gezeten. Wat misschien ook zo was, want de klas is onbegaanbaar gebied, dus moesten we geloven dat de foto’s en de berichten van de juf de waarheid waren. Misschien dat mensen achterdochtig worden als…

  • Maria is weer thuis

    Toen we in het dok lagen, de derde dag ofzo, stond er opeens een man in de stuurhut. Dat was verder logisch, want in zo’n dok zetten ze een hele grote trap neer (type vliegtuigtrap maar dan wiebeliger – en viezer), en daarmee loop je door tot je boven bent. Het was Antoine, de oude…

  • Voorsprong

    Het is half zes, Milo heeft net huilend laten weten dat hij in ons bed wil. Hij zucht tevreden als hij op mijn hoofdkussen landt. Dekendiertje. Ik ben wakker. Ik denk aan het verhaal dat ik aan het schrijven ben. Een eigen verhaal, tussen alle journalistiek door. Dat het de rest van de dag niet…

  • Wowowowo

    Het Roverslied is af. Het staat nog niet online, maar het is er al wel. En het is een fijn lied! Niet moeilijk ook. Sterker nog, vanmorgen bij het schoenen aantrekken zong tweejarige Milo het al. Het ging ongeveer zo: Hoihoihoihoi, hohohoho, wowowowo, gogogogo. Eitje.  

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.