As dinsdag

We gingen de as ophalen bij het crematorium. Het was een kamer, derde deur links vanaf de familiekamer, vol hangers en urnen en glazen kralen waar de as als ‘speels element’ tussen geperst kon worden. De afspraak was gisteren gemaakt. De mevrouw van de Dela had door de telefoon nog gezegd dat ze daar blij van werd, van het maken van een afspraak op zo’n korte termijn.
Chantal stond er op het bordje van de medewerkster die de afhandeling deed. Mijn vader moest zijn rijbewijs laten zien, daarna kregen we de as. In een doos waar vaak kattenbrokjes in zitten, hoog, hoekig – cornflakes zou ook kunnen, maar de doos was te zwaar voor cornflakes. Ik moest huilen toen ik het naambordje van mijn moeder zag, met geboorte- en sterfdatum. Chantal vroeg of we even alleen wilden zijn. Maar dat wilde ik niet. Ik wilde de as terugbrengen naar Oegstgeest, ik wilde dat er geen as hoefde te zijn, wensen waarbij dat kamertje ons in ieder geval niet ging helpen.
Of we nog vragen hadden. ‘Of er altijd evenveel as is,’ vroeg ik.
‘De ene keer is de as zwaarder dan de andere keer,’ zei Chantal. ‘Dat heeft met de dichtheid van de botten te maken. Zo te voelen is mevrouw iets lichter dan gemiddeld.’
We gaven haar een hand en liepen terug naar de auto.
‘Zo hebben we nog nooit met zijn drieën gelopen,’ zei mijn vader. En toen, eenmaal bij de auto. ‘Ze miste natuurlijk een been, dat scheelt weer wat botten.’

Vergelijkbare berichten

  • Natte hoedjes

    Aan het einde van de yogales golfde het weer over me heen. Verdriet. Het besef dat ik nu in een wereld leef waarin mijn moeder niet leeft. En ik probeerde erover na te denken. Waarom het zo moeilijk is om dat echt te beseffen. Het antwoord dat ik verzon is misschien een open deur. Maar…

  • Maisbosland

    Ooit had ik bijna in Eindhoven gewerkt, als artistiek medewerker en programmeur, leek me geweldig. Zelfs de rit er naartoe zag ik wel zitten; schrijven in de trein, de velden onder je door laten razen. In de light versie mag ik nu voelen hoe het is om ’s Hertogenbosch te werken. Het heen en weer…

  • Spetterend fikkie

    De buren hadden een vuurkorf en dat maakte het beeld wakker dat al een tijdje sluimerde. Dat ik mezelf ook bij zo’n vuurkorf zag staan, mijn eigen vuurkorf. Voor de boot, met een tafel vol hapjes en allemaal lachende mensen als in een reclame. “Wij hebben een gezonde én warme oplossing gevonden”, zei die reclame…

  • Wieden en weven

    Ik ben er doorheen, alle zin van Zeemeermeisje zijn gezien en gewogen. Mijn nieuwe kinderboek, dat hoop ik in het voorjaar gaat uitkomen (toch, Monique?). Deze laatste herschrijfrondes voelen als stofzuigen en tegelijk controleren of de plafonds wel deugen; het voelt als alle kanten tegelijk op kijken, terwijl ik met een verfkwast in mijn broekzak…

  • The making of

    Daar gingen ze, de superrovers. Ik er achteraan hollen en gillen en springen en met mijn armen zwaaien. Ze hadden me zelfs op een gegeven moment omsingeld (gelukkig had ik mijn roverslaarzen aan). Er was een Kluitmanhulpteam bestaande uit cameraman Otto en Martine. Roversouders en lieve vriendinnen kwamen helpen met het aanbrengen van gruwelijke littekens,…

  • Later

    Schreef ik het eerder? Ik moet eraan denken als de moeheid in de vorm van tranen langs mijn wangen glijdt terwijl ik op de fiets naar de studio rij. Milo, die nog elke nacht uit zijn bedje klimt om naar ‘het grote bed’ te stiefelen. Die zijn koude beentjes tegen me aanduwt, ‘mama’ mompelt en dan heel diep…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.