Tosti met slaap

Dit was de laatste nacht in het hotel, en zoals iedere ochtend hier in ’s Hertogenbosch heb ik over slapen nagedacht. Hoe wonderbaarlijk het is om je ogen aan de rand van de nacht te sluiten en er zonder onderbreking aan de voet van de volgende dag weer uit te komen. Alsof ik een shuttle ben, zó snel voortgestuwd, dat ik de slaap niet merkte.
Dat komt natuurlijk doordat het thuis nooit zo is en ik de nacht altijd in kleine stukjes tegenkom, al een jaar of vier. Meestal met blondje jongetjes erin, en trappelende beentjes. Er is geen oplossing, geen verandering, er is zelfs geen spijt of wrok, maar wel verrassing, over die andere vorm van slaap. Oh ja, die bestond ook nog. Gepaard met een directe vage weemoed dat ik nu al aan mijn bureau zit en het zo nodig moet opschrijven. Dat ik niet nog even lig.
Ooit hoorde ik een kunstchef bij een vergadering lyrisch zijn over het slapeloosheid boek van Annelies Verbeke.  Blijkbaar keek ik niet geïnteresseerd genoeg, want ze voegde er minzaam aan toe: ‘Dat raakt je extra hard als je slapeloosheid kent.’
Even leek ‘gebrek aan slaap’ het beloofde land, waardoor je zaken gaat begrijpen die anders verborgen blijven. Toen dacht ik weer aan de tosti die ik had besteld. Want dat mocht bij die kunstvergaderingen, broodjes bestellen, en tosti’s kon ik tenminste met mijn handen opeten zonder me heel erg ongemanierd te voelen. Tosti’s en slaap, misschien toch nog even op de valreep onderzoeken of ze die hier hebben.
En dan morgen nog één dag Boulevard, de laatste. Zonder hotel, maar met afscheid van mijn geliefde Dagkrantvrienden, vrijwilligers en medewerkers. Ergens halverwege een shuttle vol jongensbeentjes.

Vergelijkbare berichten

  • Door de herfst

    We bladeren door de herfst, met (niet eens zo heel ver) in de verte als aanrollende donder de Kinderboekenweek en daarna New York. Ochtenden met mist en Milo die als hij moe is niet stopt met kwebbelen. Of allebei de jongetjes die heel hard Bach zitten te neuriën. Want dat is het melodietje van dat…

  • Blaadjes branden

    De blote kuiten van de vorige foto begonnen me een beetje tegen te staan, dus dit stukje is geschreven uit eigenbelang. Maar het gaat over mijn moeder. Over mijn moeders bankje, waar we gisteren wat gingkoblaadjes aan toevoegden. Wat niet mag, dus ik noem geen namen en ook geen locaties. Maar ik ben wel heel…

  • Dinsdagmorgen

    De ene had pijn in zijn voet vannacht. Een vakkundig aangelegde sok hielp. De andere moest hoognodig koprollen oefenen, terwijl hij dat dus al heel goed kan – jammer van die bedrand, steeds. Nu zit ik omringd door jongetjes te schrijven. Woek weet wel waarover. ‘Er waren eens een paar tandenstokers, schrijf daar maar over…

  • We oefenen de storm

    We rijden door de storm. Aran en ik op onze fiets, Milo bij mij voorop, als een geel boegbeeldje. We zijn op weg naar Liv, het speelvriendinnetje van Milo. Milo verheugt zich er al de hele week op. De hardste regen en wind raakt ons op de verbindingsdam. De fietser voor ons zwiept bijna het…

  • Telefoon Weg

    Gisteren werd ik gezakkenrold. Ik stapte net uit de tram en het viel me al op dat de man voor mij niet uitcheckte. Hij liep zonder bliepje door de tramklapdeurtjes. Niet dat ik daar veel van vond, het viel me gewoon op. Zodra hij de laatste stap uit de tram had genomen bleef hij staan…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.