Kleurendief

‘Ik snapte het einde niet zo goed.’ Ik neem een slok koffie en kijk naar mijn twee zonen en mijn twee neefjes.
‘Nou,’ zegt Joost van vier, ‘er was dus een kleurenvanger.’
‘Een kleurendief,’ knikt Milo.
‘En die raakte zijn kracht kwijt als je zijn helm afpakte,’ gaat Joost verder.
‘Dus toen hadden de rovers gewonnen.’ Alle jongens knikken.
We zijn in Den Haag naar de voorstelling Rovers van meneer Monster geweest en zitten nu na te hijgen. Neefje Thomas van 7 heeft zelfs nog een gesprek gehad met de Bruut, op wiens borst je je hand kunt stukslaan. De Ninja, die ook in het stuk zat, zag wel een Ninja in Thomas, waarop Thomas een karatesprong maakte.
Het theaterbezoek is het Sinterklaascadeau van mijn vader en die zit naast me, met cola voor zijn neus, wat ik hem nog nooit heb zien drinken. Maar misschien komt dat omdat hij daarnet ook lunchte met patat (we hadden afgesproken op het station van Leiden want daar hebben ze de beste ijsjes, maar de ijswinkel was nog niet open, dus patat, logisch). Hij heeft de cola in een wijnglas gedaan.
Ik vind het leuk om met de trein en de bus te gaan, omdat zo de reis naar het theater onderdeel wordt van het theaterkijken. We gaan dan ook heel tevreden met de trein via Leiden weer terug (waar we alsnog dat ijsje eten – samen met mijn vader). Onderweg in de trein naar Amsterdam tekenen we Ninja’s en salamanders en auto’s in mijn schrift.
Ik app mijn vader als ik thuis ben. Dat ik het gezellig met hem vond. Vond hij ook, appt hij terug. Alleen thuis wat minder, voegt hij eraan toe. Ik zie hem voor me, op die oranje bank van ze, kerstversiering al in dozen gestopt. Daar is ook een kleurendief langs geweest. Gelukkig is kat Dikkie net op schoot gekropen. Dikkie wordt heel blij van een schoot.

Vergelijkbare berichten

  • Tong uit de mond

    Ik zat op het dak van de boot, we waren weer met die schroeven en moeren bezig, maar we hadden ons verslapen. De wereld was dus al wakker, ik had geen lampjes op mijn borst. Iets verderop stonden twee mevrouwen te praten. Ze hadden allebei een hond. De ene net zo strak en aan de…

  • De erven van

    ‘Aan de ervan van’ stond er op de envelop die net in de brievenbus lag. En toen liep ik met tranen over de loopplank naar mijn boot – hoewel loopplank klinkt alsof hij van hout is, en dat is hij niet. Wel lang, is hij, de loopplank, die entree. Binnen zaten mijn jongens te gamen…

  • bijna thuis

    Als je op googlemaps het adres van mijn ouders intikt, dan zie je mijn moeder. Ze heeft haar fiets in de hand, staat voor de deur van haar huis. Allebei haar benen er nog aan, nog helemaal in leven. Je ziet haar op de rug, die iets te grote, witachtige jas, die ook zo goed…

  • En weer terug

      De eerste dag dat ik weer in Nederland wakker werd was ik verrast: er zat geen gevoel voor tijd in me. Niet dat ik me daar normaal zo bewust van ben, maar de afwezigheid ervan merkte ik wel: was het drie uur, zeven uur, elf uur? Ik had geen idee. Het gaf niet: de…

  • Een jaar

    Morgen is mijn moeder een jaar dood. Ik kijk al een tijdje naar die dag in mijn agenda. Zoals hij daar tussen de andere dagen ligt als een vetbubbel, ongrijpbaar. Ik ga naar mijn vader, morgen, maar we hebben het er nauwelijks over. Onze gesprekken zijn praktisch. Over wandelen in het bos, over geldzaken, wie…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.