Invulopdracht naar aanleiding van de man in de trein

Een gesprek in de trein, het gebeurt me niet vaak meer. Meestal zit ik al met mijn laptop, of ik zit met mijn neus in een schrift, of zij zitten met hun neus in hun telefoon, of met hun oor.
Dat zat de meneer tegenover me ook en toen hij stopte met bellen zei hij er iets van. Iets als: ‘Gutgut dat getelefooneer van mij ook.’
Nu vind ik het in de trein nooit zo erg om mee te luisteren. Het is leuk om het leven van de beller te verzinnen, plus het onzichtbare leven aan de andere kant, de ogen, de haren, een dikke of dunne neus. Maar nu was ik dat dus, die ogen en die haren, dus ik zei: ‘Ja och, nou.’
Hij vertelde over zijn kinderen (6, 8 en 12) en dat hij in Haarlem woont en dat gesprekken voeren zijn beroep is. Ik vond het leuk. Het gesprek, hij kon het goed, ook al deed hij het min of meer in zijn vrije tijd. We hadden het over werk en over op weg zijn naar huis. Toen de trein in Amsterdam stopte zei ik: ‘Ik ben zaterdag in jouw stad, in Haarlem, dan geef ik een workshop voor jongeren in boekhandel De Vries.’
‘Maar ik ben geen jongere,’ zei hij.
En toen zei ik niets snedigs terug, want daar ben ik in het echt nooit zo goed in.
Maar ik had natuurlijk moeten zeggen: ‘[vul maar in]’

Vergelijkbare berichten

  • Doorhalen

    De kinderen logeren bij oma, de nacht is rustig, vooral dat laatste stukje, zo helemaal voor mezelf. Het is een schok om in het ochtendlicht wakker te worden en te denken: wat is er gebeurd? En dan te weten: er is niks gebeurd, niets dan slaap. Ziedaar de beschamend kleine wonderen van mijn leven. Zoals lopen langs…

  • Knarsend

    Als ik een fictieverhaal dat ik net heb geschreven aan iemand laat lezen, komt mijn wereld altijd knarsend tot stilstand. Ik schrijf nog wel andere stukken, maar alleen journalistiek, ik praat nog wel met anderen, maar veel te vertellen heb ik niet. Het grootste deel van mij hangt namelijk als een hermelijnmantel om de schouders…

  • Heeft er niet van geslapen

    Vannacht was Milo uit zijn bed gekropen en schuifelde onze slaapkamer in. ‘Wie is daar?’ zei Edwin slaperig. ‘Hallo pap!’ geen spoor van moeheid in Milo’s stem. Ik dacht nog, doe het nou niet, maar Edwin lag al te giechelen, waar Milo ook weer behoorlijk blij van werd en zo duurde de nacht opeens heel lang….

  • Geen boek, wel een verhaal

    Ik ben op een school waar ik drie jaar geleden ook al was, het is ‘activiteitenweek’ en wij zijn één van die activiteiten, met meerdere schrijvers, we mogen allemaal drie keer een klas ‘doen’. Een school die verhalen wil, die auteurs uitnodigt, ik ben er blij om. Alle klassen die binnenkomen hebben mijn boek Weg…

  • Lo-ggg-opedie

    ‘Waarmee je de planten water geeft.’ ‘G-ieter. Kleuren, ik weet er twee.’ ‘Uh. G-eel -‘ ‘-En G-roen.’ De hardheid van de g blijkt niet uit te maken, heb ik geleerd, wel waar hij in de keel zit. A-ch-terin. En gelukkig zijn er veel spelletjes die Woek leuk vindt. Ik voel me ook een stuk veiliger…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.