In de rij

De mevrouw achter me stond met twee hippe Marokkaanse jongens te babbelen. De ene had een zusje met het syndroom van Down, dus hij vond het belangrijk dat hij gevaccineerd werd. De mensen voor me zeiden niks. Aran begon ondertussen aan de andere kant van de stad aan het NK schaken voor scholen.
Het was mooi weer, ik was op tijd – wat dus niet veel uitmaakte – de rij was zo Efteling dat ik aan het einde van de rit op zijn minst een boomstam die in zo’n waterbak plenst verwachtte.
Met mijn vader was ik ook al twee keer geweest, daar waren de hallen leeg en was er koffie na afloop. Nu stonden we hutjemutje, maar we zijn toch al bijna veilig, denk ik dat iedereen dacht.
De mevrouw achter me en ik werden eruit gevist; wij moesten naar een andere rij. De rij voor eerstelingen.
‘Ik heb speciaal op Pfizer gewacht,’ zei de mevrouw. ‘Want AstraZeneca durfde ik niet aan. Maanden stress gehad.’
Vaccinatiemerken; glijmiddel van ieder gesprek.
‘U krijgt Moderna,’ zei het wegwijsmeisje. ‘Die kant je moet je op.’
‘Geen Pfizer?’ De mevrouw vond dat helemaal de goede kant niet, maar ze ging toch.
Splitsingen in rijen van rijen en daarna een stoel en een mevrouw die me haar hokje in trok. Nog voor ze hallo zei zat de prik er al in.
‘Werk ze nog,’ zei ik. De mevrouw keek een beetje verbaasd.
Toen nog een kwartier wachten op bijverschijnselen, met alle witte plastic stoelen dezelfde kant op. Zoals vroeger op de basisschool, dat je deed alsof je in een bus zat, en dan zingen. Het was in ieder geval geen waterbak.
Mijn telefoon trilde. Foto’s mochten hier niet, naar je scherm kijken wel. Arans schaakteam werd zesde.

Vergelijkbare berichten

  • Oneindig

    We zitten in de stuurhut, Milo en ik, allebei op ons schermpje. Hij kijkt naar neerstortende auto’s (‘met niemand erin hoor, met niemand erin’). Ik ga zo verder schrijven aan mijn nieuwe kinderboek over een verdwaalde opa. Buiten is het mistig. Misschien wel het ideale soort weer voor mij. Op dit moment. Genoeg om je…

  • Vakantie

    Naast mij staat een peuter met mijn telefoon op zijn hoofd. Hij wil het vliegerlied voor de honderddertigste keer horen, maar zodra ik het aanzet gaat hij op alle knopjes drukken dus als ik je bel en je hoort ‘hoog hoog hoog’, dan is het een jong hijgertje.

  • Stadsdeelkantoor Oost

    Ik ga er toch nog iets over schrijven, over die nasleep van de brand. Gisteren bij het AFK kreeg ik cadeautjes. Thee, en een theeglas, en meel voor bananenbrood en kaarsen (van het vuur, door het vuur). Ik maakte dat bananenbrood vanmorgen, omdat Aran terug is uit Parijs (hij slaapt nog steeds). En nu ruikt…

  • Arm

    Ik wilde deze recensie van Anna ten Bruggencate steeds al plaatsen omdat ik hem mooi vind. En sowieso, ik wilde steeds al schrijven hoe blij ik ben met alle liefde voor Kip op je kop. Omdat ik het gevoel heb dat het boek zichzelf voortstuwt en dat het geen onderscheid maakt tussen jonge en oude…

  • Was er even

    Wat kroegen betreft ben ik zeer ontrouw. Ik werkte er vroeger en kwam er daarna nooit meer, daar komt het op neer. Tenzij ik een berichtje krijg van een vriend die even in Nederland is. En of we even in Kanis.. De reden dat ik ontrouw ben is een trouwe: ik wil graag dat alles…

  • De erven van

    ‘Aan de ervan van’ stond er op de envelop die net in de brievenbus lag. En toen liep ik met tranen over de loopplank naar mijn boot – hoewel loopplank klinkt alsof hij van hout is, en dat is hij niet. Wel lang, is hij, de loopplank, die entree. Binnen zaten mijn jongens te gamen…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.