Leeg peuteren

Ieder jaar met Kinderboekenweek is het raak: de schoolbezoeken. Scholen nodigen schrijvers uit om in de klas te komen, om ze warm te maken voor lezen of misschien wel schrijven. Dus reizen door het hele land kinderboekenschrijvers met tassen vol boeken, usbsticks vol filmpjes, worden ze losgelaten op scholen met leerkrachten die óf met enthousiasme meeluisteren of met minstens zoveel interesse hun neus leeg peuteren. Terwijl de schrijver met zweet op het hoofd voor de klas zijn kunstjes doet.
Waarom doe ik dit, denk ik, als ik vlak van tevoren op het punt sta verslonden te worden door die monsters, die kinderen, die hoekige scholen in buitenwijken, waar achter gesloten deuren normale mensen nu eenmaal niet komen. En wát doe ik er eigenlijk, denk ik, als ik collega-schrijvers met tassen vol enthousiasmerende handpoppen en tamboerijnen ten strijde zie trekken. Ik kan dat niet, ik schrijf, verder niks. Hoe zou het zijn als ik binnenkom, mijn vulpen grijp en een beetje uit het raam ga staren.
‘Wat doe je?’ zou de dapperste vragen.
‘Uhm, nou schrijven dus,’ zou ik zeggen en daarna zou ik opstaan en naast de juf gaan zitten neuspeuteren. Of nee, daar hebben juffen op dat moment natuurlijk geen tijd voor omdat er dan net opstand is uitgebroken. Is dát nou een schrijver? Daar is toch geen bal aan?
Wij hadden een exemplaar met mondharmonica voetdrum en het volledige repertoire van Kinderen voor Kinderen verwacht.
Of: andere fase in het schrijven – dat je de kinderen heel erg gaat afleiden van hun werk. Omdat je zélf niet wil werken. Dat is nog wel een idee trouwens. Tot nu toe heb ik het met workshops gedaan. Samen verhalen maken, vrijwel niemand kan immers de verleiding weerstaan om de werkelijkheid naar zijn hand te zetten.
Maar klieren is nóg beter. Ik rij naar een school. Hol naar binnen. Klim op schoot bij het grootste ettertje en gooi zijn schrift door de klas. Daarna pik de gum van het liefste meisje. En als de kinderen dan gaan klagen dat ik vervelend ben, zeg ik gewoon tegen de juf dat ik aan het werk ben. Schrijvers moeten wel klieren, zal ik streng beweren. Dat willen ze vast allemaal schrijver worden.

Vergelijkbare berichten

  • Geluk in de regen

    Na mijn avontuur in de bieb van de Banne , ontdekte ik dat ik mijn vulpen kwijt was. Mijn enige, prachtige, trouwe vulpen, die ik kreeg toen Aran ongeveer één was en waarvan hij meteen met zijn kleine knuistjes de dop molde. De dop die ik vervolgens met veel liefde en lijm weer repareerde, een…

  • Robotstofzuiger

    Er is iets met gekregen geld. Dat brandt in je hand. Vroeger al, als een oma of opa me wat geld toestak, dan moest dat (warm, plakkerig, stevig in mijn knuistje) worden uitgegeven bij de plaatstelijk Jamin. Er is iets warms en plakkerigs aan gekregen geld. Zo ben ik al sinds de prijs bezig met…

  • Droombaby

    Vannacht droomde ik dat ik een baby ging ophalen bij de garderobe van de Praxis, maar dat de buurvrouw hem al had meegenomen. Er ontstond onenigheid over de vraag of dat mocht, zomaar baby’s aan buurvrouwen meegeven. Ik was daar ook druk mee bezig, in die droom. Volgens mij vond ik dat ze eerst een…

  • Telefoon Weg

    Gisteren werd ik gezakkenrold. Ik stapte net uit de tram en het viel me al op dat de man voor mij niet uitcheckte. Hij liep zonder bliepje door de tramklapdeurtjes. Niet dat ik daar veel van vond, het viel me gewoon op. Zodra hij de laatste stap uit de tram had genomen bleef hij staan…

Eén reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.