Tapijt

Sinds gisteren ben ik Iemand met Tapijt. Nooit gedacht dat ik dat zou zijn en vooral ook nooit gedacht dat ik er zo blij mee zou zijn. Die rib uit mijn lijf, die kroon op dat jongensnest. Die zachte vloer die ik op de zolder van mijn nieuwe huis liet leggen, de zolder, dat huis, dat ik schilderde, poetste, bewonderde, veroverde, met hulp van Alex, de jongens en een stroom vrienden. Ons huis, huis van mij, van jullie, van het nieuwe jaar. Vrijdag gaat het gebeuren en mijn todo lijst groeit, vooral ’s nachts, terwijl ik in gedachten al die lakens alvast in een verhuisdoos stop, me voor de honderste keer afvraag hoe dat moet met Broccoli en dat er weliswaar al iets met een kattenroute naar buiten verzonnen is, maar dat die route er nog niet is. En of je dan – als die kattenbak tijdelijk ergens anders staat en er dus ook even géén buiten is – aan zo’n kat krijgt uitgelegd dat het, nou ja, tijdelijk is.
Aran die tegelijkertijd moet leren voor proefwerkweek (wrede school; niet eens concreet huiswerk meegeven in de vakantie, maar mikken op een hele gólf van op te wekken, maar natuurlijk ingeslapen kennis). En o ja, oud en nieuw en raar voordeel van een overleden vader; ik kan hem nu in gedachten veel makkelijker meenemen de trappen op naar mijn derde verdieping. Toen hij nog levend en wat scheef in zijn rolstoel zat kon ik me alleen een ritje omhoog met de verhuislift bedenken. Waar we om lachten. Nu is hij er echter, zijn ze er allemaal; de doden. Ze trillen mee met de pauzes als ik in een tuinstoel tussen de klusjes zit en opschrik – ben ik niet iets vergeten? Had ik niet naar Leiden gemoeten vandaag, hadden we wel iemand voor zijn kerstdiner geregeld (ja, trouwens) en uiteindelijk weer nee. Ik ben niks vergeten. Maar er is dus wel een nieuwe woonplek. Met trappen. En mijn vader neem ik op mijn schouders mee naar boven. Hij houdt mijn moeder bij de hand en zo gaat die sliert mee de lucht in. Eens kijken waar ik straks uitkom.

Vergelijkbare berichten

  • Buren

    Het stormt, we hebben als een bundeltje handen en voeten geslapen, kinderkrullen in mijn neus en bij het opstaan bleef Milo als een aapje plakken. Zo ontdekten we de eenden die op de rand van de gangboorden de storm weerstaan. Na enig argwanend knipperen (oogleden van onder naar boven in plaats van andersom) bleven ze…

  • Gooi maar los dames

    Rood met groen licht glijdt door de slaapkamer. Een discrete motor, een groot ding. In de stuurhut zie ik dat het zo’n witte joekelboot is, voor gepensioneerden die wat ruimte zoeken voor hun ego. Het is 12 uur ’s nachts. Een grijze man wijst twee dames aan hoe ze zich aan onze boot kunnen vastleggen….

  • Slagveld

    Mijn ouderlijk huis is zo’n beetje verkocht en gisteren werd er door mijn vader voor getekend in zijn tehuis. Het had ook digitaal gekund, maar dat soort dingen moet je bedekken met taartjes vind ik, of op zijn minst begieten met koffie. Het tekenen was al een uitdaging, omdat mijn vaders handschrift is gekrompen. Zacht…

  • Prik

    We gaan straks uit vaccineren, Aran en ik. Gisteren probeerde ik ons samen in te plannen, zijn eerste, mijn tweede, maar dat bleek logistiek een brug te ver. Dus nu gaat Aran naar het inloopspreekuur en ik daarna naar mijn afspraak. Hij vindt het spannend, we hebben al een paar keer berekend hoe laat hij…

  • Staken met zwembad

    We zitten in de stuurhut, Milo en ik. Buiten wappert en rammelt van alles. Milo speelt met Lego en houdt er verhalen bij. Hij zegt ‘broem!’ en daarna ‘puntenslijper!’ Ik schrijf mailtjes en kijk wat er nog allemaal moet, deze kinderboekenweek. Beneden hangt Aran in een stoel met een telefoonspelletje. Stakingsdag. Geen school om te…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.