Moederhart
Hij ging voor het eerst naar de middelbare school vandaag, mijn Milo, mijn jongste, het kind dat te vroeg geboren werd. Vanmorgen reed ik met hem mee tot halverwege het Vondelpark. Dat had hij niet speciaal nodig, maar ik wel. Dwars door de stad gingen we, want zo is dat sinds ik in het centrum woon; we passeerden het Marnixbad, het Leidseplein, trams en bussen, auto’s en snelfietsen. Halverwege het Vondelpark liet ik hem achter. Hij hoefde alleen nog maar een stuk rechtdoor en dan links. We hadden het afgelopen weekend al geoefend, aan het einde van zijn school is de Beethovenstraat. Daar hadden we er een taartje op gegeten, op de geslaagde missie. Ik reed met een vol hart verder naar mijn verhalen, naar het boek dat ik aan het schrijven ben. Wat geweldig ging; ik werk nu eenmaal goed op stress. Tijdens het schrijven zag ik steeds zijn ernstige gezicht voor me. Zoals hij vanmorgen met zorgvuldige uitgekozen kleren, vers gedoucht, voor me stond.
‘Ik heb deo opgedaan,’ zei hij. Had ie de dag ervoor met zijn grote broer gekocht.
‘Je ruikt heerlijk,’ zei ik. ‘Maar dat rook je daarvoor ook al.’ En dat meende ik tot en met mijn tenen. Oi, dat zachte moederhart, maar zo was het, zo was het echt. Vanmiddag zat ik op wacht toen hij terugkwam. Hij gaf de dag een 7,5. Vind ik een prima score.