Die Willem (triggerwarning)
Door het researchen voor mijn thriller kom ik bij nogal wat moorden terecht. Bij afgehakte ledematen en andere gruwelijkheden. Tot nu toe deed me dat, onbarmhartig gezegd, deugd. Ik vind al dat onheil fascinerend, technisch boeiend ook, blijkbaar is het nog niet zo makkelijk om je van een lichaam te ontdoen, en is het minstens zo moeilijk om daadwerkelijk te moorden.
Maar gisteren herinnerde ik me opeens Willem, mijn onderbuurman in het kraakpand waar ik als vijftienjarige woonde, die zichzelf het leven benam door zich in brand te steken. Zelfmoorden is vast minstens zo moeilijk als moorden. Willem deed het op het platte dakje achter mijn kamer. Ik zag hem liggen, ik zag de agent die hem nog probeerde te doven, maar het was al te laat. En vannacht had ik een lange nachtmerrie over dat grove geweld dat lichamen wordt aangedaan, lichamen van anderen, eigen lichamen, de achteloosheid waarmee in spelletjes mensen elkaar overhoop schieten, oorlogen, het was nogal veel, en ik was ontdaan toen ik eindelijk mijn ogen opendeed. Rot-therapie, dacht ik even. Vroeger voelde ik dat soort dingen helemaal niet. Als vijftienjarige was ik weliswaar geschokt, maar niet, of niet bewust, geraakt. Nu wel, of misschien; nu alsnog. Dus vandaag doe ik wat ik jaren geleden niet deed. Even een pas op de plaats. Thuis zijn, bedden verschonen, administratie. Een dag (en dat voelt dan meteen als te kort) voor al die levens die verdwenen. Bijna veertig jaar na dato geef ik ruimte aan de schokkende beslissing van die ongelukkige man, die zo heftig geloofde dat het branden zijn ziel zou reinigen. Als zijn reincarnatie een beetje snel ging, is hij nu al volwassen. Misschien is hij een guru geworden, dat hoop ik voor hem, hevig bewonderd, ik denk wel dat hij zoiets wilde. Of hij werd een regenworm, of een babygans, dat zou hem zijn tegengevallen. Dag Willem, vandaag sta ik stil bij je vorige leven.