Dankwoord bij de uitreiking van de Nienke van Hichtumprijs voor Kip op je kop

Ik kan er heel veel over vertellen, maar mijn hoofd zoemt nog zo. Dus plaats ik hier het dankwoord dat ik voorlas bij het ontvangen van de Nienke van Hichtumprijs (met voor de goede lezer ergens halverwege een stukje column dat ik eerder al over de kip schreef):

Ik heb een bed dat uit de muur klapt. Vanmorgen, toen ik naar die muur lag te kijken waar dat bed dus aan hangt, vroeg ik me af of die muur het wel zou houden. Mijn gewicht, dat heen en weer klappen steeds. Ik stelde me voor dat de muur op een dag zou omvallen, een stukje huis mee zou nemen, over me heen zou puinen.
Lastig beeld natuurlijk een ‘omvallende muur’. Mensen bouwen muren om zich af te schermen van anderen, ‘ik heb een muur om me heen.’ Maar we schrikken ons rot als ze er opeens niet meer zijn. Als het gebrek aan huizen, aan muren in beeld op tv komt, als ze tot stof zijn vergaan door oorlogen, ontploffingen in Utrecht en dan die man die nét die dag niet thuis werkte, terwijl hij altijd thuiswerkte. En die nog leeft. Door een wonder.
Muren zijn iets wel en iets niet.
Ik heb eindeloos gepeinsd over dit dankwoord. En omdat ik geen rechte manier kon vinden om het goed uit te leggen, probeer ik mijn doel te omsingelen.
In dit geval begin ik dus bij een muur die iemand verpletterd zouden hebben als hij er nog zat. Maar hij zat er niet. En ik zit er ook niet meer, in mijn bed, want ik sta nu hier. Dus er is iets goed gegaan. En voor die man in Utrecht ging er nog veel meer goed, dat je net even niet thuis bent op de dag dat je straat ontploft. Die man weet nu dat hij zijn leven heeft te danken aan een opwelling. De belangrijke opwelling om ergens even niet te zijn.
Wat er niet is, is enorm van belang. Dat wil ik zeggen. Waar iets niet is, ontstaat ruimte voor iets wat er kan komen. In een wereld die nogal vol zit met harde ‘ja’s’ óf ‘nee’s’ – en waarbij jouw ‘ja’ dus automatisch heel erg géén ‘nee’ is, in die wereld is zo’n oningevulde ruimte extreem waardevol.

Een andere ingang. Lezen is leren leven. Schrijven trouwens ook. Er zijn zoveel verhalen om nog te maken, dat ik altijd een beetje haast heb. De kip ontstond toen mijn moeders, mijn echte en mijn minstens zo echte, stierven. Toen ook nog een vriendin doodging, ontstond de kip nog veel meer.
Die vriendin liet twee jonge kinderen achter, waarbij het jongetje tijdens de herdenking af en toe op haar kist klopte. Alsof het een spel was: ‘Wanneer kom je weer naar buiten mama? Hallo, iemand thuis?’
Kwaad voelde ik me. Kwaad en vol onmacht over het feit dat we ons daarbij neer moeten leggen, bij zomaar stervende mensen. Ik wilde daar iets mee. Ik wilde wreed en eerlijk zijn. Hard en zacht tegelijk. Een boek als een schreeuw.
Dus ik doopte mijn pen in vloeibare woede en de eerste woorden waren er heel snel. Maar toen kwam het herschrijven. Toen kwam de taak om er ook het meest hartrakende verhaal van te maken dat ik wilde dat het zou zijn.
Dus dat betekende meedogenloze eerlijkheid en goed naar mezelf kijken. Naar Jowi, dat moederloze kind met een pen als een houten zwaardje, waarmee ze gaatjes in de harde werkelijkheid probeert te prikken.
Want hoe eerlijk en dapper je ook op zo’n doodskist klopt, er is nooit iemand thuis.

We hebben allemaal houten zwaardjes, we hebben allemaal verlangens. We hebben allemaal te maken met de muren van de realiteit. Maar achter al die hardheid, en dát is dus wat ik probeer te zeggen, is er ruimte voor iets anders. Iets wat zich onttrekt aan thema’s en ‘urgente maatschappelijke kwesties’. Iets wat niet in vinkjes of op lijstjes past. En als je dát ontdekt, dan kun je leven op manieren die je niet eerder had bedacht, omdat je ze simpelweg nog niet kon zien. De aanleiding voor mijn boek was de dood die me mepte met een vuist vol leegte. Een knal voor mijn kop met het grote niets. En in die ruimte, die leegte, ontstond het verhaal van een kip en een jongetje en heel veel lieve mensen.

Even kijken of ik het aan elkaar kan knopen allemaal.

Tijdens voor en na het schrijven van dit boek werd ik door heel veel handen overeind gehouden. Door vrienden, lezers, lieve bekenden, ze hielden net een laudatio, ze weten van kippen, ze zitten hier in de zaal, ze zijn thuis, ze werken voor Querido, voor Hoogland en van Klaveren, in boekhandels, ze zijn het Literatuurmuseum en Writers unlimited, of ze zijn toevallig mijn zonen en mijn lief. Of nou ja, zo toevallig zijn ze dat nou ook weer niet, ik ben het daar heel erg mee eens. En ik wil jullie allemaal, eigenlijk alle helpende handen in deze wereld, bedanken. Zelfs als er niets te dóen valt om de situatie beter te maken. Jullie handen zorgen ervoor dat iemand nog even kan blijven liggen, nog even kan dromen. Jullie handen trekken het puin weg als ze toch vielen, die muren, jullie handen koesteren en aaien, jullie houden de wereld, en elkaar, ons allemaal, overeind. In jullie handen zit hoop.
Ik schreef de Kip om de dood in de ogen te kijken – en daar gaat het óók over, maar het is bovenal een boek over hoe lief mensen hun naasten bijstaan als ze in nood verkeren. En die liefde, die ruimte, die hoop, die moet bezongen worden, op allerlei manieren. Hopelijk heb ik genoeg tijd om nog vele pogingen te wagen.

Nou goed. Tot hier. Ik hou van handen. En ik hou zeker ook van de handen waarmee prijzen worden uitgereikt, in dit geval voor Kip op je kop. Daar ben ik heel heel erg blij mee.

 

Vergelijkbare berichten

  • Vette Rovershit

    ‘Dat gepiel is wel wat voor jou,’ stelde Edwin droogjes vast nadat ik een heel weekend aan de computer geplakt had gezeten. Zoals ik vroeger banden plakte om mijn hoofd van mezelf af te leiden, was ik nu met monteren bezig. Dat kwam omdat ik Ed een videocamera cadeau had gedaan – ik geloof niet…

  • De overstap

    Hij kwam binnen met een ‘haai ik ben Dirk.’ Meestal durven mensen niet zomaar een boot binnen, maar deze Dirk de monteur durfde dat wel. Even dacht ik dat hij aardig was. Hij wilde ook koffie. Daarna stelde hij vast dat de modem die ik had, een ‘Rolls Royce’ was. Veel beter dan wat ik…

  • Ik begrijp

    nu waarom ze zeggen dat het winnen van een prijs overweldigend is. Dat komt omdat je er zo blij van wordt en door al jullie gelukswensen en lieve berichten. Dank jullie wel! Het schijnt buiten te regenen, maar ik merk er even niks van.  

  • Holwerd

    We logeren drie dagen in een huisje in Friesland, mijn vader, mijn tante en ik. Het uitzicht is grasland, twee paardjes en een schuine wilg met een bordje: Donot feed! Achter de paardjes: boomgroepen met een ritme, van groot naar klein en weer terug. Er zit iets geruststellends in dit uitzicht. Als ik hier zou…

  • Nieuwjaarstocht

    Mijn vader zat met zijn rolstoel aan een trapmechanisme bevestigd en fietste door Belgie. Ik had er een stoel bijgepakt en samen keken we naar de tv, waarop de straten sneller voorbij gingen als mijn vader wat sneller trapte, wat hij maar één keer deed. Mijn vader keek vol aandacht naar de keitjes op straat,…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.