Cadeau
Vorig jaar toen ik jarig was, kocht ik al niet meer namens mijn vader een cadeautje voor mij. Hij dacht er totaal niet aan, en ik wist dat, dus wie had ik ermee voor de gek gehouden? Aan het einde van dat jaar ging hij dood. Na een rijk leven zoals dat heet, dat met vier rotjaren eindigde. Zijn dood was voor hemzelf vast een opluchting en dat maakte het wennen aan zijn dood voor mij in zekere zin onvermijdelijker: steeds als ik hem miste dacht ik, ja, maar het was écht niet meer leuk. Hij was somber en vond dat zijn leven geen zin meer had. Bovendien, ben ik niet ooit weggelopen? Dus het is góed zo. Of nou ja, goed, soms zijn alle andere routes op.
Dus toen ik dit jaar opeens een beetje moeilijk over mijn verjaardag begon te doen, had ik niet meteen door waarom. Ik vond het vooral ingewikkeld om veel mensen uit te gaan nodigen (druk geweest, Milo’s laatste basisschooljaar, net al groepen mensen gezien). Ik vond het ook ingewikkeld om te bedenken waar ik wilde zijn (thuis bij de kat, bij mijn lief in het bos). Met mijn jongens (dit is de week bij hun vader) zonder mijn jongens (ik zie ze morgen alweer). En dus deed ik wat altijd doe als ik vanbinnen in de knoop raak, want ik ben immers een volwassen mens; ik werd bozig.
Gistermiddag in het bos herinnerde ik me het niet-cadeau van mijn vader, toen begon er iets te dagen. Mijn zoveel wijzere nichtje appte het vanmorgen ook al, want zij maakte het vorig jaar mee. Ik ben voor het eerst jarig zonder mijn ouders, in meerdere opzichten de mákers van mijn verjaardag en dat doet pijn. Ik bleek niet bozig, maar verdrietig te zijn. En ik ga een cadeautje voor mezelf kopen. En ik raad alle jarige ouderlozen aan daar vanaf nu een traditie van te maken.
Ik weet alleen nog niet wat. Maar dat is dan ook de verrassing.