01 Schrijfopdracht voor de inhuizigen

Zin om te schrijven? Doe de Corona-Madeliefjes(daisy-chain)schrijfopdracht:

Kies of verzin zeven personages. Geef ze een naam.
Ze hebben allemaal te maken met dezelfde pandemie.
Kies uit die zeven personages twee personages en laat ze ruzie maken, schrijf er vijf minuten over, kies één perspectief, niet teveel over nadenken, gewoon laten gebeuren.

Ga nu door met het tweede personage uit de ruzie, wier perspectief je nog niet hebt beschreven. Hoe voelt ze zich, waar denkt ze aan? Ze kan het derde personage tegenkomen, ze kan hem ook noemen, tegen het einde van haar overpeinzingen.
(vijf minuten)

Het derde personage staat voor een belangrijke keuze, die hij binnen nu en vijf minuten moet nemen. ‘Show don’t tell’: het personage handelt, denkt niet teveel na, en de confrontatie met het vierde personage is puur toevallig. Een voorbijganger op straat, in de lift, in een winkel. Ze houden uiteraard anderhalve meter afstand (of niet).
(vijf minuten)

Personage vier, een ouder iemand, maar dapper, onbezorgd, met een opkomende verkoudheid. Op een missie. Er moet iets gekocht of geregeld worden, bij personage nummer vijf.
(vijf minuten)

Nummer vijf woont samen met nummer zes. Ze verzwijgen iets voor elkaar, denkt personage vijf.
(vijf minuten)

De confrontatie tussen nummer zes en zeven mag je zelf verzinnen. Heb je een goed idee? Vul m aan in de comments.
(vijf minuten)

Wil je feedback?
Stuur me een bericht en vervolgens (een deel van) de tekst (niet langer dan 500 woorden)

Schrijf ze!

Met dank aan het geweldige schrijfoefeningenboek The Five Minute Writer van Margret Geraghty

(Bijna) elke dag geef ik een schrijfopdracht. Heb je een vraag of wil je gratis feedback, mail me

Niet opgeven

Dit is de situatie: Je staat voor een berg, je kunt de top niet zien (misschien is er geen top, is dit de weg naar het hiernamaals – misschien bestaat de top uit smalle, harde, pieken van ijs). Er is geen enkele zekerheid, geen enkele garantie, en tóch spreek je met jezelf af: ik ga klimmen. Ik ga klimmen en doorzetten. Je zou er zelfs zin in kunnen hebben.
Dat is het verschil tussen een schrijver en de verstandige mens. De verstandige mens wil ook best klimmen, maar wel graag eerst die berg leren kennen, googelen, met een drone inspecteren, een rugzakdrager inhuren wellicht. En als die verstandige mens die berg eenmaal heeft geïnspecteerd, dan valt er soms niet meer zoveel te doen.
‘Er is daar niks,’ zegt hij schouderophalend. ‘Of ja, lucht.’
De schrijver hoort dat niet, die is al onderweg. Die zit op een plateautje uit te rusten en stelt vast dat de top van de berg nog steeds totaal onzichtbaar is. Die kruipt een stukje omlaag, voor een bloemetje. Die is al te hoog als hij zich realiseert dat zo’n verkenning met een drone geen slecht idee was. Die weet dat zeker als een berggeit aan zijn oor begint te knabbelen terwijl hij zijn handen vol heeft met loslatend gesteente en zijn voeten ook nog wegglibberen over een plots opgedoken beekje. De schrijver geeft niet op. Zelfs als het verhaal maar niet wil komen, als hij rillend in een donker tentje dat tegen de bergwand aanhangt, probeert op te schrijven wat hij droomde. Om er de volgende dag achter te komen dat er ‘paars konijn’ staat. Een grizzlybeer vraagt hem ten huwelijk (die zaten toch helemaal niet op deze berg?), dat denkt hij althans, maar hij verstaat hem niet goed, omdat het zo hard onweert.
Hij klimt verder.
Hij weet niet eens wanneer hij het gered heeft: als hij bovenop de berg staat, of als hij er weer vanaf is, aan de andere kant, waar geen vier sterrenrestaurant blijkt te liggen maar wel een koek en zopie tent plus een kabelbaan met als koe verklede toeristen die carnaval vieren.
‘Snert?’ zegt de man van de tent.
De schrijver bestudeert het duurzame bamboebakje waar ranzige stukjes spek in drijven en zegt dan: ‘Nee bedankt, ik moet nog een stukje.’

Blogt

Wat het verschil is tussen schrijven en bloggen, vragen studenten vaak. Het ene vak geef ik wel, het andere niet, zeg ik dan. Maar ik vertel ze ook dat blogs met een vraag kunnen beginnen en verhalen niet. Wat niet (helemaal) waar is, want verhalen mogen alles, maar blogs nog net iets meer. Dat misschien. Een blog mag een blog lang over niks gaan, kant noch wal raken. kabbelen, naar binnen glijden en dan nog op het laatste moment iets beweren: er wordt teveel beweerd, bijvoorbeeld. En dan eindig je met een krul. Of een rondje (wat het verschil is tussen schrijven en bloggen bijvoorbeeld) of gewoon: zo.