Opdracht 4 Waar het wc-papier is (en wat het denkt)

Antropomorfisme: het toekennen van leven aan levenloze dingen. Een andere variant: anima: het toekennen van een ziel aan een steen, bijvoorbeeld.
Deze schrijfopdracht gaat erover.
‘Kijk mama, die auto moet nog een beetje groeien.’
‘Mijn pen mag me niet.’
‘Die sok heeft zich expres verstopt.’
‘Ik hoop dat mijn kussen straks een liedje voor me zingt.’

Kijk om je heen naar de spullen die zich de afgelopen dagen om je heen hebben verzameld. Zit er iets bij waar je je over verbaast? Bij mijn bureau ligt bijvoorbeeld een ei. Geen idee waarom. Ik vraag me ook af waar die wereldbol vandaan gekomen is.
Wat willen ze van me?

Schrijf een brief aan jezelf namens een object in jouw omgeving.
Het mag een bekentenis, een observatie, een liefdesverklaring of iets anders zijn.
Schrijf dan – het is niet meer dan beleefd – een brief terug.

Deze oefening neemt tien tot twintig minuten in beslag, meer mag ook.

Kijk de rest van de dag, af en toe, argwanend om je heen. Wat te denken van dat schroefje daar, half in het hout, bij wijze van vermomming natuurlijk, nee ik begluur je niet, ik ben druk bezig mezelf in het hout te draaien. Hoe zou dat voelen, trouwens, je kop zo het hout in.
Die lepel op je aanrecht, is dat water, of toch een traan?
Mocht je naar buiten gaan; zie je hoe sommige takken expres de andere kant op groeien?

Zoals altijd; heb je vragen of wil je feedback; stuur me een bericht.

Ik dacht opeens: stel dat die pakken wc-papier helemaal niet allemaal gehamsterd zijn. De ene helft wel, maar de andere helft wilde niet. Die is er ’s nachts vandoor gegaan, heeft zich verstopt en zint op wraak.

(Bijna) elke dag geef ik een schrijfopdracht. Heb je een vraag of wil je gratis feedback, mail me

 

Derde schrijfopdracht

Opdracht 3 De buurman
Denk aan de plek waar je opgroeide. Is er een buurman die je je herinnert? Je liep dagelijks langs zijn huis met enge hoge prikkelheg, hij gluurde naar je vanachter de lamellen. Je kwam hem tegen in de supermarkt, hij gaf je plakkerige snoepjes. Maar hij veegde ook poep in je knikkerputje. En dat had je niet meteen in de gaten. Een beetje eng groot mens dus, waar je konijn ooit naartoe ontsnapte waardoor je het beestje eigenlijk niet meer terug durfde te vragen? (Had je uitsluitend leuke buren? Neem dan iemand die je een beetje eng vindt, en verander die in een imaginaire buurman)
Nu ben jij deze buurman. En hij is je nooit vergeten.
Er zijn twee mogelijkheden:

  1. De buurman denkt aan wat er zou gebeuren als hij je tegenkwam. In dat geval kies je voor het nostalgisch vertellen. Je kunt kleurrijk uitweiden over de plekken uit je jeugd en één dramatische gebeurtenis toevoegen, misschien wel een geheim.
    Mag in de eerste of derde persoon enkelvoud, verleden tijd.
  2. De buurman komt je ook daadwerkelijk tegen, bij een leeggeroofd schap in de supermarkt bijvoorbeeld.
    In dat geval kies je voor ‘show don’t tell: geen innerlijke overpeinzingen dus, maar actie. Derde persoon enkelvoud, tegenwoordige tijd.

Neem een half uur voor het schrijven van deze scene
Mik op een eindresultaat van ongeveer 850 woorden
Dit is een mogelijke manier om het aan te pakken (maar je mag ook iets anders doen)

  1. Schrijf tien minuten ‘vrij’. Zet je wekker, ga net als gisteren zonder stoppen door, en denk daarbij aan de buurman en zijn leven
  2. Lees terug wat je schreef en kies wat je bevalt, is het zijn ‘stem’, zijn hond, zijn manische neiging om de heg perfect recht te knippen?
  3. Herschrijf
  4. Lees nog eens
  5. Herschrijf

Oké, misschien duurt dat iets langer dan een half uur. Misschien ook niet. Wil je feedback? Stuur me een bericht en ik reageer zo snel mogelijk. Kun je daarna nog eens herschrijven.
Succes!
(de vos werd getekend door Aran)

(Bijna) elke dag geef ik een schrijfopdracht. Heb je een vraag of wil je gratis feedback, mail me

02 Schrijfopdracht voor de inhuizigen

Don’t aim at success. The more you aim at it and make it a target, the more you are going to miss it.
Viktor Frankl

Schrijf iets.
Pak de wekker, zet hem op tien minuten. Denk maximaal 1 minuut na over een lekker kwaaie, wellicht ook volkomen onterechte, beginzin.
Bijvoorbeeld: Dat kind had alle oliebollen opgevroten, met haar bolle wangen en schattige vlechtjes.
Het hoeft niet jouw ‘stem’ te zijn waarmee je schrijft. Je mag ook de stem van de buurvrouw nemen, je neef, meneer Rutte, maakt niet uit.

Schrijf tien minuten, tot de wekker gaat.
Haal je pen niet van het papier, als je het niet meer weet schrijf je gewoon een heleboel keer ‘ik weet het niet’.
Schrijf ook niet ‘mooi’; het gaat om het losgooien van het hoofd. Wees maar boos, onredelijk, moordzuchtig. Of niet, volg je pen.
Je hoeft wat je schrijft niet op te sturen; beschouw dit als je privé warming-up toepasbaar op ieder leeg moment van de dag. Je kunt er zelfs een vers schriftje voor aanbreken.

(Bijna) elke dag geef ik een schrijfopdracht. Heb je een vraag of wil je gratis feedback, mail me

01 Schrijfopdracht voor de inhuizigen

Zin om te schrijven? Doe de Corona-Madeliefjes(daisy-chain)schrijfopdracht:

Kies of verzin zeven personages. Geef ze een naam.
Ze hebben allemaal te maken met dezelfde pandemie.
Kies uit die zeven personages twee personages en laat ze ruzie maken, schrijf er vijf minuten over, kies één perspectief, niet teveel over nadenken, gewoon laten gebeuren.

Ga nu door met het tweede personage uit de ruzie, wier perspectief je nog niet hebt beschreven. Hoe voelt ze zich, waar denkt ze aan? Ze kan het derde personage tegenkomen, ze kan hem ook noemen, tegen het einde van haar overpeinzingen.
(vijf minuten)

Het derde personage staat voor een belangrijke keuze, die hij binnen nu en vijf minuten moet nemen. ‘Show don’t tell’: het personage handelt, denkt niet teveel na, en de confrontatie met het vierde personage is puur toevallig. Een voorbijganger op straat, in de lift, in een winkel. Ze houden uiteraard anderhalve meter afstand (of niet).
(vijf minuten)

Personage vier, een ouder iemand, maar dapper, onbezorgd, met een opkomende verkoudheid. Op een missie. Er moet iets gekocht of geregeld worden, bij personage nummer vijf.
(vijf minuten)

Nummer vijf woont samen met nummer zes. Ze verzwijgen iets voor elkaar, denkt personage vijf.
(vijf minuten)

De confrontatie tussen nummer zes en zeven mag je zelf verzinnen. Heb je een goed idee? Vul m aan in de comments.
(vijf minuten)

Wil je feedback?
Stuur me een bericht en vervolgens (een deel van) de tekst (niet langer dan 500 woorden)

Schrijf ze!

Met dank aan het geweldige schrijfoefeningenboek The Five Minute Writer van Margret Geraghty

(Bijna) elke dag geef ik een schrijfopdracht. Heb je een vraag of wil je gratis feedback, mail me

Niet opgeven

Dit is de situatie: Je staat voor een berg, je kunt de top niet zien (misschien is er geen top, is dit de weg naar het hiernamaals – misschien bestaat de top uit smalle, harde, pieken van ijs). Er is geen enkele zekerheid, geen enkele garantie, en tóch spreek je met jezelf af: ik ga klimmen. Ik ga klimmen en doorzetten. Je zou er zelfs zin in kunnen hebben.
Dat is het verschil tussen een schrijver en de verstandige mens. De verstandige mens wil ook best klimmen, maar wel graag eerst die berg leren kennen, googelen, met een drone inspecteren, een rugzakdrager inhuren wellicht. En als die verstandige mens die berg eenmaal heeft geïnspecteerd, dan valt er soms niet meer zoveel te doen.
‘Er is daar niks,’ zegt hij schouderophalend. ‘Of ja, lucht.’
De schrijver hoort dat niet, die is al onderweg. Die zit op een plateautje uit te rusten en stelt vast dat de top van de berg nog steeds totaal onzichtbaar is. Die kruipt een stukje omlaag, voor een bloemetje. Die is al te hoog als hij zich realiseert dat zo’n verkenning met een drone geen slecht idee was. Die weet dat zeker als een berggeit aan zijn oor begint te knabbelen terwijl hij zijn handen vol heeft met loslatend gesteente en zijn voeten ook nog wegglibberen over een plots opgedoken beekje. De schrijver geeft niet op. Zelfs als het verhaal maar niet wil komen, als hij rillend in een donker tentje dat tegen de bergwand aanhangt, probeert op te schrijven wat hij droomde. Om er de volgende dag achter te komen dat er ‘paars konijn’ staat. Een grizzlybeer vraagt hem ten huwelijk (die zaten toch helemaal niet op deze berg?), dat denkt hij althans, maar hij verstaat hem niet goed, omdat het zo hard onweert.
Hij klimt verder.
Hij weet niet eens wanneer hij het gered heeft: als hij bovenop de berg staat, of als hij er weer vanaf is, aan de andere kant, waar geen vier sterrenrestaurant blijkt te liggen maar wel een koek en zopie tent plus een kabelbaan met als koe verklede toeristen die carnaval vieren.
‘Snert?’ zegt de man van de tent.
De schrijver bestudeert het duurzame bamboebakje waar ranzige stukjes spek in drijven en zegt dan: ‘Nee bedankt, ik moet nog een stukje.’

Blogt

Wat het verschil is tussen schrijven en bloggen, vragen studenten vaak. Het ene vak geef ik wel, het andere niet, zeg ik dan. Maar ik vertel ze ook dat blogs met een vraag kunnen beginnen en verhalen niet. Wat niet (helemaal) waar is, want verhalen mogen alles, maar blogs nog net iets meer. Dat misschien. Een blog mag een blog lang over niks gaan, kant noch wal raken. kabbelen, naar binnen glijden en dan nog op het laatste moment iets beweren: er wordt teveel beweerd, bijvoorbeeld. En dan eindig je met een krul. Of een rondje (wat het verschil is tussen schrijven en bloggen bijvoorbeeld) of gewoon: zo.