Schrijfopdracht: bouw een vriend die je de waarheid vertelt

Je bent bezig met een verhaal, maar je weet niet hoe het verder moet.
Heeft je hoofdpersoon een vriend? Stel je die vriend (m/v) voor. Zo niet, verzin een vriend (sowieso geen slecht idee).
Zet je timer op tien minuten. Denk aan die vriend, hoe voelt hij zich? Is hij kwaad, verdrietig, blij?
Zet de timer aan.
Stel je voor dat je telefoon overgaat. Neem op.
Het is die vriend. Hij heeft je iets te vertellen.
Schrijf het op (je mag terugpraten, het is immers een telefoongesprek).

 

Wil je gratis feedback? Stuur je tekst naar me op, max. 750 woorden en je hoort van me.

Schrijfopdracht 18

Jij bent je eigen personage. Maar je bevindt je in een nogal a-typisch situatie. Op de Titanic. In een onderzeeër. In je eentje (of met een kajuit vol onaangepaste pubers) de wereld rondzeilend.
Iets met water, kortom, en daar houdt een mens van, of niet.
Er is ook nog een probleem.
Dat kan een lek zijn. Een ijsberg. Maar een ruzie met een bootmaatje kan ook. Zeewaterallergie.
Wat het ook is, op het moment dat jij begint te schrijven is er net een geluid te horen. Een schreeuw, een krak, een meeuwenkreet.
Daarna schrijf je tien minuten door. Jachtig, met korte zinnen. Zet de kookwekker.
Kijk na tien minuten wat het heeft opgeleverd.
Mocht je iets op het spoor zijn, schrijf dan nog even door. Of noteer je ontdekkingen in dat handige ‘nog te schrijven verhalen’ schrift.

 

Wil je feedback? Mail me

 

Griezelen, schrijfopdracht 17

Recept voor een thriller

Na een weekend vol eieren en zwaaien in tuinen keerde de rust terug. Maar niet voor kind x van tien jaar oud. Want dat kind heeft een geheim. Dat heeft afgelopen weekend iets gezien, iets meegemaakt dat het móet vertellen. Maar aan wie? Iedereen is verdacht.

  1. Bedenk wat het geheim is.
  2. Schrijf panisch. Binnen nu en het einde van de pagina moet het kind een besluit nemen. En het zal waarschijnlijk drastisch zijn. Of zegt het kind toch maar niks?

Eventuele vervolgmogelijkheid:

  1. Laat een volwassene op enig moment het pad van het kind kruisen. Schrijf over deze persoon. Mag heel bedaard. Het hoeft zelfs alleen maar zijdelings over het geheim te gaan.

Wil je nu door aan die thriller? Gebruik dan de daisy chain. De buurman van persoon nummer 2 zet net de vuilnis buiten als er iets cruciaals gebeurt, de buurman gaat naar binnen en vertelt het argeloos aan zijn vrouw. Zijn vrouw gaat boodschappen doen en ziet bij de komkommers een oude lover, die toen al een bad babe was. Omdat de buurvrouw verder niets meemaakt in haar leven, vertelt ze het aan haar lover, die tegenwoordig huurmoordenaar is. Etc.

 

Regelmatig plaats ik hier een schrijfopdracht. Wil je gratis feedback, heb je vragen of wil je kans maken op een boek?  Mail me!

Kattenkop

Stel je bent een kat en je bent de hele nacht buiten geweest omdat je niet begreep hoe het kattenluikje werkte. Nu zit je te wachten tot iemand eindelijk gewoon de deur opendoet. En je bedenkt iets.
Schrijf tien minuten wat je bedenkt. Schrijf in een ‘flow’, zonder te stoppen. Kijk daarna of je tekst je op de een of andere manier verrast. Het kan een zin zijn, het kan ook een onderliggende gedachte zijn. Is het een onderliggende gedachte, schrijf daar dan nog tien minuten over. Kies de zin die je het beste bevalt. Maak er een tegeltje van, plaats het tegeltje op je (digitale) schoorsteenmantel.

 

Regelmatig plaats ik hier een schrijfopdracht. Wil je gratis feedback of kans maken op een boek? Mail me!

Soms suckt t

‘Terwijl het bij het soort cultuur waar ik op doel, vooral gaat over verlies, eenzaamheid en verval. Kunst kan ons met die onvermijdelijke en onaangename ingrediënten van het leven verzoenen door er een vorm aan te geven.’

Dit schreef Micha Wertheim in een pracht van een stuk aan en over Matthijs van Nieuwkerk en DWDD in De Correspondent.

Ik koppel er een schrijfopdracht aan:

Schrijf over iets wat helemaal klote is. Wind er geen doekjes om, maak het niet mooier dan het is. Het is. Klote.
Zet een wekker, schrijf tien minuten, zonder begin of einde – en al helemaal geen happy einde.

Het zou je zomaar kunnen opvrolijken. Misschien ook niet. Hoeft ook niet.

 

Ik geef hier bijna elke dag een schrijfopdracht. Wil je (gratis) feedback? Mail me. Wil je kans maken op een al net zo gratis, kakelvers boek? Check dan deze schrijfopdracht.

Schrijfopdracht 14

Nog een opdracht waarbij je een kind nodig hebt. Het gaat vooral om het formaat, dus een poes mag ook. Of een hond. Of een nou ja, je verzint vast iets.
Stel je voor dat je relatief laag bij de grond leeft. Ga er anders even bij liggen. Op je buik, in plankhouding, dat is ook meteen heel goed voor je buikspieren. Kijk om je heen. Wat zie je. Schrijf een verhaal dat begint met een observatie vanaf die hoogte. Hou die hoogte vast, zonder te benoemen dat jouw personage een klein persoon/een kat/een hond of een andersoortig wezen is. De meest verrassende tekst wint een toekomstig boek! (het komt eind april uit en er is nog steeds geen voorkantplaat, maar wel een andere plaat van Chuck Groenink en die zet ik hierboven)

Maximale lengte van je verhaal (als tenminste gratis feedback zou willen of als je kans wilt maken op een boek): 750 woorden.
Stuur maar op.

 

 

 

Schrijfopdracht 13 Tegen de monsters

Mijn jongste zoon zei vanmorgen dat het ingewikkeld is dat zijn kleinste knuffeldieren het wel tegen het monster willen opnemen, en dat ze ook best vlug zijn, en slim, maar dat hij, nou ja, gróter is, dat monster dus. Te groot. Daarom heeft hij ook een enorme – knuffel – koe op zijn bed (dat je niet denkt, wat zet zij nou op het bed van haar zoon – waar overigens een dakje op zit, oké, het is een tractor, een tractor in de vorm van een bed, dus zo bekeken is een koe op de tractor eigenlijk best logisch). En een slang bij zijn hoofdeinde. En een beer op de radiator. En nog zo’n twintig andere knuffels in verschillende maten op strategische plekken.
‘Waar komen dat monster eigenlijk vandaan?’ informeerde ik.
Dat wist hij niet.
Vandaag is mijn opdracht aan mezelf om samen met Milo te bedenken waar monsters vandaan komen. Hopelijk geen slecht plan; voor je het weet worden het er meer, maar tegelijk; als je weet waar een monster vandaan komt, dan kun je hem tenminste weer terugsturen.

Dit is de schrijfopdracht: vraag een willekeurig kind om een angst. Mag ook een volwassene zijn met een goed geheugen. Verzin voor dat kind of die volwassene een enorm bevredigende oplossing die volstrekt fantasievol en niet realistisch hoeft te zijn.
Doe zo lang over deze opdracht als je wilt.

(Bijna) elke dag geef ik een schrijfopdracht. Heb je een vraag, een opmerking, of wil je gratis feedback, mail me

Tien minuten haast

Nieuwe dag, nieuwe tijd. Schrijf een verhaal over de tijd.
Doe het in een tien minuten freewrite (hand niet van het papier, gewoon tien minuten doorgaan), herzie daarna je tekst, werk hem af, stuur hem naar mij.

In het begin heeft jouw hoofdpersoon (een ‘ik’, die je zo ver uit mag werken als je wilt) heel kort de tijd om iets voor elkaar te krijgen. Een auto onder water, de rits van de jas van zijn kind, een stier die op hem af komt denderen. Er is dus sprake van HAAST.
Schrijf dan ook haastig, korte zinnen, buiten adem, let (bij het herzien) goed op het ritme, zet tijdens het freewriten desgewenst muziek op (lekker hard).
Tien minuten haast op zondag.
En dan de rest van de dag uitrusten.

(Bijna) elke dag geef ik een schrijfopdracht. Elke opdracht duurt ongeveer een half uur. Heb je een vraag of wil je gratis feedback, mail me

Samen

Doe deze opdracht samen. Grijp een huisgenoot, een kind, of een collega.
Kan online in chatvorm, hieronder staat hij ‘live’, maar als je ‘papiertje’ voor ‘venster’ vervangt kom je een heel eind.
Dus.
Pak een papiertje.
1. Verzin allebei (voor jezelf) een personage door drie vragen te beantwoorden:
Hoe heet je?
Hoe oud ben je?
Wat zou je het liefste willen?

Schrijf de antwoorden op.

2. Stel je aan elkaar voor ‘alsof je dat personage bent’ (en al heel veel meer over hem of haar weet).
Interview elkaar kort (vijf tot tien minuten per persoon).
Je mag alles vragen: wat is je lievelingskleur, welk land wil je altijd nog eens zien, wat wil je worden als je later groot bent.

Als je wordt geinterviewd en je krijgt een vraag waar je geen antwoord op hebt, denk dan aan iemand die je kent en vraag je al wat die zou zeggen. Alles mag, dus weet je het niet, dan verzin je iets.

3. Vervolgens besluiten jullie in overleg wanneer jullie hoofdpersonen elkaar tegen zouden kunnen komen.
Verzin een beginzin, bijvoorbeeld: Sharon botste tegen Coco op toen ze net met een enorme bos bloemen de winkel uitholde.
Dramatischer kan ook: De wereld had nog maar een uur te gaan, toen Hercules Momo in het oog kreeg.

4. Begin allebei bij die beginzin, maar schrijf vervolgens los van elkaar tien minuten aan de rest van het verhaal.

Praat na en laat me weten hoe het was.

Deze oefening kan uitgroeien tot een langer verhaal dat jullie samen verzinnen. Het hoeft niet eens (meteen) opgeschreven te worden. Het werkt ook prima als gespreksonderwerp tijdens de spruitjes of aan de telefoon.

 

(Bijna) elke dag geef ik een schrijfopdracht. Elke opdracht duurt ongeveer een half uur. Heb je een vraag of wil je gratis feedback, mail me

Opdracht 10 Benard

Jouw hoofdpersoon bevindt zich in een benarde situatie. Opgesloten in een kist, ingesloten in een dierentuin, getuige van een overval (en door de boeven ontdekt).
Kies voor derde persoon enkelvoud, tegenwoordige tijd.
‘Show don’t tell’: uitsluitend actie, geen bespiegelingen, er moet gehandeld worden, en wel nu.
Tien minuten freewriting (zet een wekker).

 

Het gaat goed met de inzendingen! Blijf insturen.

(Bijna) elke dag geef ik een schrijfopdracht. Elke opdracht duurt ongeveer een half uur. Heb je een vraag of wil je gratis feedback, mail me