Huiler

Aan de overkant hebben we een huiler. Elke ochtend sta ik er met mijn jongetjes naar te luisteren. Een mannenstem, die laatste gesmoorde schreeuw voor de noodlottige sprong. Maar dan vrij hard voor een gesmoorde schreeuw. En vrij vaak.
Moet ik de politie bellen, vroeg ik me de eerste keer af. ‘Er staat een man te schreeuwen aan de overkant van het Amsterdam Rijnkanaal, kunt u even komen luisteren.’ Het was bijna half negen, schooltijd. De jongetjes klommen voor- en achterop mijn fiets, ik zette af; we lieten de man eenzaam achter.
De tweede dag was hij er nog steeds. Nog net zo troosteloos. ‘Zou het wel een echte man zijn?’ opperde Aran, iets wat ik me ook afvroeg, inmiddels. We liepen naar school. De stem huilde ons na.

Vandaag besloten we te weten hoe het zit.
Het is de grond, de aarde aan de overkant. Want ze zijn er aan het bouwen. Grote kranen zwenken en zwenken, met alsmaar meer loodzwaar bouwmateriaal dat de grond aandrukt, indrukt, pijn doet.
‘Bebouw mij niet,’ gilt de aarde. Met steeds diezelfde zielloze, intens verdrietige schreeuw. Als in dat verhaal van Roald Dahl over die man die een apparaat heeft waarmee hij het knippen van de rozen kan horen. Het knakken van de stelen, de afscheidskreet van de bloem.
Als de bouwkranen verdwijnen zal het schreeuwen over zijn, dat weten we heus wel. Wij zijn slechts getuigen van de tijd. De tijd dat er niets dan aarde was. Het moment dat die tijd voorbij ging.

Oh ja, administratie

Het zit dan de hele tijd in mijn achterhoofd, maar gelukkig zit daar nogal veel, dus dan denk ik er nauwelijks aan. Totdat ik al mijn papiertjes heb geordend, de enveloppen bij elkaar heb gelegd, voor de tiende keer heb bedacht dat ik de watermeter bij de boot moet checken, maar dat dat niet kan omdat ik op de studio zit. En als ik dan de speciaal voor het goede doel aangeschaft Pritt stift zie (want dit jaar ga ik het Goed doen) dan weet ik het opeens weer: ik had er vorige week vier dagen voor geblokt, maar toen gingen we isoleren (of sneeuwen zoals Milo het noemt – die zich niet kan herinneren dat hij ooit eerder sneeuw heeft gezien en die nu dus een kind is dat denkt dat sneeuw op Purschuim lijkt) en toen was die lijmstift dus ook nog leeggestift – en dan moet je een merklijm kopen om ervoor te zorgen dat het de volgende keer niet gebeurt, ik kocht er zelfs twee. En toen was het nu. Wat ging ik ook alweer doen.

Tong uit de mond

Ik zat op het dak van de boot, we waren weer met die schroeven en moeren bezig, maar we hadden ons verslapen. De wereld was dus al wakker, ik had geen lampjes op mijn borst. Iets verderop stonden twee mevrouwen te praten. Ze hadden allebei een hond. De ene net zo strak en aan de lijn als de mevrouw zelf, de andere lekker los en iets meer tong uit de mond. Ze gingen nogal op in hun gesprek, dus merkten ze niet dat de tong uit de bek hond achter een boom zat te poepen. Ze waren op brulafstand, maar het leek me beleefder even te wachten tot hun gesprek voorbij was. Ik had nog een heel dak te gaan, tijd zat.
Uiteindelijk liep de Strakke Lijn langs de boot, terwijl Tong uit de Mond juist de andere kant op struinde. Dus ik zei tegen de Strakke Lijn: ‘De hond van die andere mevrouw heeft net achter de boom gepoept, misschien kunt u dat doorgeven.’
Ze schrok zich een hoedje. Ik had twee capuchons op, dus misschien zag ik er toch gevaarlijker uit dan ik dacht. Het was mijn observatie zei ze, dus ík moest dat regelen. Háár hond poepte nooit achter bomen, immers. Nee heur, dat zei ze. Nee heur.
Ik brulde dus uiteindelijk toch: ‘MEVROUW TONG UIT DE MOND: UW HOND HEEFT NET ACHTER DIE BOOM GEPOEPT.’
Ze verstond eerst boot, en keek vertwijfeld naar het water.
Maar toen zag ze de boom.
Haar hond stond er blij bij te kwispelen.

Oogjes

Vanmorgen om zes uur zat ik op het dek van de boot in mijn spijkerbroek en mijn klusschoenen en met twee vesten – allebei de capuchons op mijn hoofd –  een hemd en een T-shirt aan. Ik schroefde de bouten vast, opdat de dekplaten niet weg gaan waaien als er binnen eenmaal isolatiefoam op de muren zit.
Het was nog donker en het miezerde een beetje. Ik had een leeslampje met twee buigbare lampjes aan mijn vest geklipt, waardoor ik iets meer kon zien. In de huizen gingen één voor één de lichten aan. Na een half uur kwam ik overeind, om mijn knieën een plezier te doen. Aan de overkant van het water stond iemand voor het raam naar me te kijken. Door die blik van over het water zag ik mezelf opeens: ijsbeerachtig, twee lichtgevende oogjes op mijn borst.
En bij dat mens/ijsbeerbeeld zou ik best een plaatje willen leveren, maar dat kan niet, want ik had een boormachine in mijn ene hand en een schroevendraaier in mijn andere.

De scheve eagle pose

Dan sta ik in die yogastudio die vroeger de Wibra was. Dat laatste maakt soms uit. En overal spiegels. In dat leuke nieuwe shirt, waar mijn spierwitte armen zo lekker in tot uiting komen en dan moeten we op één been en dan zegt dat been: nee. Ik doe het niet. Jij kan daar leuk op een matje hot yoga willen doen, ik wil naar bed. Met de regen als excuus voor de deken over mijn hoofd en dan nooit meer naar buiten. Geen gedachtes meer – ook geen rustgevende, gewoon niks.
Soms helpt het om dan dapper door te gaan. Hup, omhoog met dat been. Hup, hupsje, volgende been.
Soms niet.

 

Cricial Access Vroemmmmm

‘Hee het regent,’ zei Edwin. Nu regende het nogal veel gisteren, dus het had best gekund, maar in dit geval was het mijn laptop. Of eigenlijk, de ventilator van mijn supersonische laptop. De regen nam toe, ging over in het landen van een helikopter. En hoewel alle jongetjes in het huishouden dat zeer motiverende geluiden vonden was ik toch minder gelukkig. Ik zag me al zitten op de studio, waar tegenwoordig best wat mensen rondhangen, met mijn nieuwe straaljager. Maar ik zocht op hoe je er iets aan kon doen, ik vond een methode, zette hem aan, typte verder.
En toen ’s avonds, terwijl ik heerlijk een verhaal zat te schrijven, echt in de flow, jeweetwel, dat toppunt van prettig en aangenaam, de woorden glijden als lava naarbuiten – toen hield ie ermee op. Foutmelding. Computer ging uit, weer aan; geen vuiltje aan de lucht. En ook geen tekst meer. Die was weggespoeld, sissend in de zee die na al die regen natuurlijk was ontstaan – verdwenen.
Dus straks pak ik deze laptop weer in, zo mooi, ik hou al een beetje van m. En dan krijg ik een nieuwe. Dezelfde, maar dan met hopelijk minder lawaai. En dan ga ik m weer proberen te vertrouwen. En anders mag Milo hem mee naar school ‘vroemmmmm’.

Spulletjesblog

Dus ik kreeg die Dell XPS en hij kon vast alles wat hij beloofde, maar ik vond m…niet fijn. Te zwaar, te log, niet knap genoeg. Goede les: ik wil dus ook een knappe laptop, niet alleen een goeie (zou dat nou ook voor mannen gelden?). Dus toen stuurde ik m terug, de laptop, niet de man (daar is de garantie van verlopen). En toen mocht ik meteen omruilen. En nu heb ik een Asus Zenbook en ben ik blij!
Het is er ook zo heel erg de zaterdag voor, met regen en twee kindjes in bed (er is niet zoveel ruimte om ergens anders te zitten.) En ik op het randje van het bed, met hier en daar nog een kat en mijn nieuwe speelgoed. Mijn eigen sinterklaasfeestje

Niet vergeten

Met een hoofd vol lijstjes fietste ik langs school. Een vader liep met een verlaat kind naar het dichte hek. Het kind zei alsmaar: ‘Ikwilnietikwilniet’, wat klonk als een mantra. De vader zei steeds: ‘Ja hahaha.’ Wat klonk alsof hij wanhopig dat handboek voor vaders had doorgebladerd en nergens een oplossing gevonden had.
Ze gingen het hek door en ik fietste verder. Bij de boot viel mijn fiets om en dacht ik: oh ja, winterbeurt, hoewel dat niets met het omvallen te maken had. Ik schreef het nergens op dus misschien vergeet dat ik het weer. Toen bracht ik alle boodschappen naarbinnen en brak mijn nek over kater Mo, die op zijn beurt werd geplet door mijn laarzen – bijna.
Het miezerde toen ik bij de studio aankwam en ik maakte koffie en granola muesli die ik net had gekocht. Het halve pakje melk dat ik ook had gekocht bleek niet nodig. Mijn nieuwe laptop was er nog niet, maar mijn oude wel en die startte meteen op en er stonden tot half vijf vanmiddag alleen fijne klusjes op mijn lijstje. Behalve die boodschappen dan, maar die had ik dus al gedaan.