Ze zeggen kip of ei, maar vergeten het kuiken

Het is een wonder dat er überhaupt kippen bestaan, want niets is zo fragiel als een kuiken.
Nog los van hakselmachines, reptielen en restaurants, loeren ook met de beste wil van de wereld overal gevaren.
Vanmiddag heb ik mijn lieve donspluisjes bijna om zeep geholpen doordat de warme lamp die ik zo slim wat lager had geplaatst in het hok donderde.
Gelukkig had ik ze wel net naar een nieuw hok verhuisd zodat ze uitwijkmogelijkheden hadden, maar toch.
Vooralsnog lijkt hun intelligentie niet bijster indrukwekkend, waardoor geluk een niet onaanzienlijke rol in dit potentiële drama moet hebben gespeeld.
Een lichtpuntje: mijn stokoude kat heeft alleen maar een paar keer geïrriteerd met haar ogen geknipperd.
Het gepiep verstoort haar nacht- en dagrust.
29 Januari 09 om 19:46 :: Reageer (elf)
Piepen=stress

Ze piepen op dit moment niet. Volgens het Handboek der Kuikens eerste druk, is dat een goed teken.
Piepen=stress. Niet-Piepen=goed.
Of het betekent dat ze dood zijn, denkt mijn hoofd, immer uit op mogelijke rampen.
Ik kan mijn hoofd makkelijk het zwijgen opletten want ik heb ze nog geen drie seconden geleden in de etensbak gefotografeerd.
Mijn Chabo en mijn Barnevelder in wording.
Hoe het komt dat ik opeens kuikens heb terwijl iedereen dacht dat ik mijn aandacht de laatste weken volkomen aan een gedegen winterslaap aan het wijden was?
Het is eigenlijk Leopolds schuld.
De boekenweek heeft dierenthema en in Leopold komen kuikentjes voor en ik mocht met mijn favoriete dier op de foto.
En ja, daar zit ook nog een verhaal tussenin. En hopelijk mag ik van Amber de foto die ze maakte ook hier op de site plaatsen.
Maar eerst ga ik nog even bij de doos zitten.
Want ze zijn zo vreselijk mini.
28 Januari 09 om 12:40 :: Reageer (zeven)
Water veroveren deel 3
Toen ik nog klein en overmoedig was ging ik eens liften naar Cornwall.
Het was herfstvakantie en vrij koud, maar ik kende iemand die in een tipi bij Lands End woonde (das het verste puntje van Cornwall) en had er alle vertrouwen in.
Merlijn ging mee, maatje en klasgenoot.
We hadden mazzel; al vanaf Parijs konden we met een vrachtwagenchauffeur meerijden naar Dunkerque alwaar we als bijrijders - toen kon dat nog- gratis de pont op werden gereden.
Eenmaal op Engelse bodem kregen we een lift van een rammelig rood autootje met zo'n L erop, dat weliswaar in slakkengang maar toch de juiste kant op reed.
Het was donker toen de bestuurder verklaarde bijna thuis te zijn en voorstelde dat we in zijn tuin bleven slapen.
In zijn huis kon het niet, dat mocht niet van zijn vriendin, maar hij had een tentje en wat kampeerspullen, dat zou heus wel gaan.
Ik was dolblij, want we hadden niet aan zulke details als slaapplaatsen voor onderweg gedacht, Merlijn keek bedrukt naar de lucht waar donkere wolken onheil spelden.
Die nacht werd ik wakker van zijn geklappertand.
Ik herinner me nog mijn slaperige verbazing over dat rare klappergeluid en toen het nachtelijk wisselen van slaapzakken omdat ik het vroeger toen ik nog overmoedig was nooit koud had.
Aan die herfstnacht moest ik denken toen mijn lief vanmorgen bromde dat hij het tot nu toe iedere nacht in de punt te warm had gehad, terwijl ik tot nu toe iedere nacht tegen het bibberen aanhang.
Verschillende afgestelde innerlijke thermostaten?
Kouzucht? Warmtedrang?
Nee.
Een simpel uitschudden van het dekbed verklaarde alles; aan zijn kant lag een driedubbeldekbedrolletje, waar hij zich gedurende de nacht slag voor slag in rond gewenteld had, van haartopje tot lange tenen.
Aan mijn kant vond ik slechts een restje dons en een leeg dekbedhoesje.
22 Januari 09 om 12:34 :: Reageer (tien)
Water veroveren deel 2
Zo'n nachtrust kan me daar toch een fikse rol in een mensenleven spelen.
Vandaar dus vandaag deel twee.
Ten eerste; het is geweldig om 's avonds in de punt te gaan liggen.
Het is er niet ijskoud zoals in de slaapkamer.
Het bed is er niet twee meter hoog zodat je eerst drie uur moet klimmen om de dekens te raken (alleen maar om dan weer te bedenken dat je moet plassen of je tanden bent vergeten te poetsen).
Zelfs mijn kat komt halverwege de nacht maar één keer een plek onder de dekens opeisen en blijft daarna gewoon luid snorrend liggen in plaats van rusteloos met harde bonzen in en uit bed te springen.
Bovendien, er zitten ronde patrijspoortjes om door naar buiten te kijken - wat wil een mens nog meer.
Nou ja, het tocht.
En, ik word zo wakker als ik halverwege de nacht wakker word.
En, ik moet altijd zo heel erg met de dekens vechten.
Wordt vervolgd.
21 Januari 09 om 08:38 :: Reageer (zes)
Water veroveren
In de punt van onze boot was sinds de verhuizing zo'n anderhalf jaar geleden een anarchie gaande.
In stilte, maar niet minder wet- en regelloos.
Dozen groeiden tegen de kettingbak van het anker op en honderden weggemoffelde draden van computer, telefoon, scanner, printer, tv en dvd deden er iedere avond een kluwendansje.
Voorlopig niet meer.
Punt is bed geworden en vannacht wordt er voor het eerst geslapen. Met nog wat stukjes resthout als hoofdeinde.
Het is voor de test. Omdat ik het zo graag wil. Een weekje. En dan wellicht, daarna misschien wel, langer.
Het voelt alsof we alweer op vakantie gaan, maar dan inclusief maandagochtend én deadlines.
Ik ga alvast in bed liggen.
18 Januari 09 om 21:21 :: Reageer (zeven)
Tussen vriend en vis
Er was dus een vis.
Een gigantische vis met een paar tandjes maar vooral heel veel keel en bek.
Hij lag tussen wat blauwbleke broeders in de etalage, naast een café dat 'Museo del Jamon' heette.
Een Museo del Jamon is een kroeg waar enorme hammen aan het plafond hangen te roken op het ritme van de adem van de Spanjaarden. Want iedereen rookt dus nog in Spanje. Vooral de vrouwen - hoewel die dan weer niet veel in de kroeg komen.
Ik keek naar de vis en ik dacht: dit is cultuur. Dit is wat je ogen maakt.
Als ik was opgegroeid met om de hoek in de etalage een vis met een opengesperde bek en heel veel keel, dan was ik een ander mens geworden, dat weet ik zeker.
En ik keek naar de vis en de vis keek naar mij.
'Wat zullen we nu doen?' kwam mijn lief al net zo blauwbleek tussenbeide, want in Madrid was zojuist de noodsituatie uitgeroepen wegens sneeuwstormen. Er vlogen ook geen vliegtuigen meer, maar dat gaf nog niet, want we gingen morgen pas terug.
En ik dacht: als ik er nu ook nog achter kom wat ik gezien zou hebben in de supermarkt als ik als klein Spaans meisje - met van dat lange glimmende haar en een schoonheid die eeuwigdurend lijkt maar in werkelijkheid al schokkend vroeg wordt vervangen door Beatrixgelijke hoofd- en haarlak - als ik als klein Spaans meisje voor mijn moeder een boodschap was gaan doen, dan kom ik heel dicht bij die Spaanse volksaard. Dan kan ik misschien even voelen hoe dat is, Spaans zijn.
'Olé', gorgelde de vis.
'Nou?' mijn lief had tijdens onze dwaaltocht door de stad al een keer of vier nonchalant voorgesteld terug te keren naar de warme hotelkamer om daar gezellig in het duobed een Spaanse hertaling van Harry Potter te bekijken.
'Desnoods een museum', zei hij nu met iets van wanhoop in zijn stem, en legde een roodaangelopen hand waar wat blauwe aderen overheen liepen op de mijne.
Handen verraden je leeftijd zeggen ze.
Ik keek van de vis naar mijn lief en gooide met een sierlijk hoofdrukje mijn lange haren naar achteren.
'Kom', zei ik en maakte een huppeltje, 'we gaan terug naar het hotel.'

11 Januari 09 om 17:19 :: Reageer (17)
