Jowi Schmitz

Kunst adoptie


De oude gashouder in Amsterdam West zat gisteren volgepakt met welgestelde jeugdige mensen.
Ik vond ze een beetje eng, al die mannelijke gelhoofden en vrouwen met golvende lokken en gezichten die ferm tussen de 35 en 40 waren stilgezet.
Er was witte wijn, rosé of champagne verder niks. Dat vond ik dan weer niet eng, al kreeg ik er een beetje droge mond van.

Mijn lief en ik hadden vrijkaartjes, want wij kennen mensen in dit circuit. Het circuit van de hippe beeldende betaalbare kunst, samengebald in de Affordable Art Fair met kunst tot 5000 euro.
Twee vormgeversvrienden hebben namelijk niet alleen een bloeiend ontwerpbedrijf, maar ook een galerie, KochxBos.
En zij stonden daar, met uiteraard de meest uitdagende kunst van de hele beurs.

Zelfs als je een boek niet mag, kan het aan het einde indruk op je maken.
Gedichten moet je veroveren, daar moet je vrienden mee worden en ik heb niet zoveel vrienden.
Beeldende kunst is weer anders, dat is een taal die ik maar zelden versta.
En zeker op zo'n beurs, hokje na hokje volgeprakt met schilderijen en beeldjes en niet te vergeten voornoemde gelhoofden vergezeld van hippe jurkjes.
Veel foto's waren er, gefotoshopt en wel. En heel veel kleur.
En iedereen kon het wel, zo te zien, beheerste die ambacht van verf mengen en doeken besmeren.
Maar was er nou een beeld dat me aansprak?

We liepen een rondje. En nog een rondje. We wurmden ons langs de wijnbar. En toen nog eens.
We rustten even uit bij KochxBos.
En toen we ons laatste rondje liepen wist ik het opeens: theater en muziek passen niet in dit soort hokjes. Je kan niet honderd toneelstukken tegelijk laten spelen, dat beïnvloedt elkaar teveel, dat bijt elkaar. En met muziek is dat nog erger.
Maar beeldende kunst, daar gaat het blijkbaar wel mee. Met hun stille natuur laten al die schilderijen en beelden zich zonder protesten in een dierentuin opsluiten. Waardoor de grootste, felst gekleurde kunstwerken het hardst gaan schreeuwen en de kleine, maar misschien veel mooiere werken, in een afgelegen hoekje stilletjes mooi zitten te wezen.

'Ahgossie' mompelde ik, greep de arm van mijn lief en trok hem mee naar buiten. Hij keek verbaasd, maar wist niet dat hij mazzel had. Nog een minuut langer en ik was al die kleintjes gaan adopteren om ze daarna in het wild vrij te laten.

30 Oktober 08 om 09:29 :: Reageer (tien)

Waarvoor waartoe zondagsoprispingen


Waarom doen mensen wat ze doen, dat zou je een van mijn hangups kunnen noemen.
Waarom is de één in staat om op ontstellend praktische wijze het leven een drastische wending te geven en blijft de ander eindeloos hangen bij hetzelfde obstakel (zoals ik ook ja, wat deze vraag betreft :)

Neem Marie. Marie heeft nooit iets gedaan, middelbare school niet afgemaakt omdat ze bleef hangen aan de bassist van een langstrekkende rockgroep ('niets mooiers dan samen naakt op het bovenste balkon van Hotel Americain met een glas champagne in je hand') en hoewel haar dat een berg aan anekdotes opleverde, kwam er geen papiertje aan te pas.
Toen het horeca slopend begon te worden moest het roer om.
Ze koos voor een opleiding als bakker, leerde tijdens een stage vol armoede en romantiek alles over brood in Parijs en runt nu een kleine bakkerij in Amsterdam die draait als een tierelier. 'Ik ga misschien lesgeven', zei ze laatst, 'al dat staan en dat nachtwerk, daar heb ik ook geen zin meer in.'

En dan Remi. Remi is al jaren een van de beste fietsenmaaksters van Amsterdam. Iedere baas valt voor haar charme, haar verkoopskills, haar watervlugge steeksleutel 13. Al evenzoveel jaren droomt Remi van een eigen fietsenzaak. Ze weet precies hoe die zaak eruit moet zien en waarom hij beter zal zijn dan alle andere zaken. Ze heeft zelfs al een businessplan geschreven en een paar jaar geleden dook er een investeerder op, was er een pand en -ging het op het laatste moment niet door, wegens zwart geld en algehele onhaalbaarheid van Alles.

Ook Remi huppelt niet meer zo hoog als vijftien jaar geleden en ook Remi zegt regelmatig dat ze iets anders zou willen. Maar ze doet niks. Ze is de best betaalde fietsenmaakster van Amsterdam bij een baas die haar regelmatig vertelt dat ze de beste fietsenmaakster van Amsterdam is.

Omdat ik nu psychologie studeer kan ik vaag hopen dat ik er op een dag een model voor kan vinden. Een model dat Remi het inzicht en de pragmatische instelling van Marie geeft (mocht ze dat willen). Een eenvoudige test die precies aantoont waar het m aan schort, of er iets schort en wat er aan gedaan kan worden.

Tot die tijd blijf ik hangen bij de vaststelling dat niet alle mensen het het beste met zichzelf voor hebben.
Toch?

26 Oktober 08 om 18:59 :: Reageer (twaalf)

Vurige zondagmiddag



Ik zit achter de computer en probeer wijs te worden uit de overvloed aan jeugdtheater premières. Niet alleen zijn het er veel, ze spelen ook allemaal op dezelfde dag, de speellijsten wisselen in lengte en ik heb maar ruimte voor één recensie per week.
Ik haat dit soort puzzels en stel het altijd zo lang mogelijk uit. Maar als ik er eenmaal voor zit en het lukt om de planning rond te maken, heeft het iets bevredigends.
Met een extra agenda naast me en een schermpje of acht open, zit ik tevreden tegen het scherm te babbelen, ik ben er bijna.

Mijn lief heeft net de trap geverfd (een project dat ik maanden geleden begonnen ben, maar dat, ik geef het toe, in een zekere tree voor treeigheid is gestrand) en kondigt aan de stuurhut te gaan lakken. Een uitstekend plan, want de stuurhut staat al vanaf het begin op de 'to do' list.
'Kom eens!' roept hij even later opgewonden.
Ik ren naar hem toe.
'Het vonkt!' zegt hij en wijst naar de radar, een bakbeest dat al vanaf de koop in de weg staat, maar niet iets wat je zomaar wegwerpt. Ik bedoel, het is toch een radar.
'Wat gek', zeg ik, 'die heeft helemaal geen stroom.'
Terwijl terwijl ik het zeg vonkt de radar weer. En dan komt er een steekvlam uit. En dan valt me op dat de hele stuurinrichting rookt. We rukken zo snel mogelijk alle schotjes rond het stuur weg, want daarachter bevindt zich nog het overtollige antieke dradendoolhof met direct ernaast een splinternieuwe stoppenkast met een officieel erkend elektriciteitsnetwerk dat door ondergetekende is aangelegd.
En ik weet zeker dat geen van die draden naar de radar lopen.
De stuurhut staat inmiddels blauw, ik heb de brandblusser gegrepen maar aarzel nog, want je eigen stuurhut vol plakschuim spuiten is ook weer zo wat.
Inmiddels zijn de antieke draden overal zo heet dat het beschermende blauwe plastic naar beneden druipt. De stank is gigantisch.
Ik zet alle stroomschakelaars uit. Het helpt niets, de rook wordt zelfs erger.
Dan springt lief onvervaard naar voren knipt een van de draden van de radar door. Het vonkt. En dan de andere. Het vonkt weer.
En dan achter het roer nog twee draden. Ze vonken allemaal.
Ik gooi alle ramen en deur open en hoestend kijken we van een afstandje hoe de rook optrekt. Alleen maar rook, nog net geen vuur.

'Wat deed je nou dat ie ging vonken?' vraag ik.
'Niks', zegt hij, 'ik verschoof de radar een stukje, dat heb ik al zo vaak gedaan.'
We bedenken dat de radar wel eens verbonden zou kunnen zijn met een accu in de motorruimte. Al een maand of twee.
En dat het 'alleen maar verschuiven' van de radar ook spontaan had kunnen gebeuren. Als wij niet thuis waren geweest, met een fikse golf ofzo.
En dat dan zeker de stuurhut in de fik was gevlogen en dat de rest van de boot bij nader inzien ook behoorlijk houtig is.

Terwijl we over de kade lopen om lucht te happen en de aardlek weer in te schakelen, besluiten we binnenkort een scheepsexpert in te huren die wijs kan worden uit de vonkminnende dradenbende. Over dure puzzels gesproken.
Maar het is vast minder duur dan een nieuw schip.

19 Oktober 08 om 15:52 :: Reageer (21)

Nu met gratis oogknipperen


Een paar jaar geleden rende ik in een vlaag van verstandsverbijstering een paar weken lang in het Oosterpark.
Ik liet me daar in alle vroegte (om half zeven om precies te zijn) door mijn lief voor de parkdeur droppen en dan zette ik het op een lopen.
Eerst één rondje, toen twee, toen twee maar wat sneller.
Het punt was; er zat verbetering in. Enigszins.
Wel ontwikkelde ik tegelijkertijd een hinderlijk oogknipperen met mijn rechteroog, dat verdween zodra ik mezelf weer in loopstand bracht.

Mijn vader is een renner. Die rende iedere dag van zijn huis naar zijn werk, een kilometer of zeven verderop.
Of dat niet moeilijk was, vroeg ik hem een keer.
'Gewoon een droog shirt meenemen', zei hij.
Een vriendin van mij is ook een renner. Daar ben ik een keer mee naar het Vondelpark gegaan ten tijde van voornoemde verstandsverbijstering en toen deed ze 'even' een rondje.
Ik zag haar verende voetjes in de verte verdwijnen.

Ik ben geen renner.
Ik ben van kort en krachtig, van snel en hard. Niet van lang en duurzaam.
Mijn lijf protesteert.
Bij de eerste stap halveren zich mijn longen, de tweede stap dreunt door tot aan mijn kruin en beide symptomen verergeren iedere volgende stap en na een stap of tien begint dus mijn oog spastisch te knipperen. Van ellende waarschijnlijk.
Nog nooit heb ik de 'rennersextase' bereikt, nog nooit zelfs maar een enigszins bevredigend tempo dat je 'voor altijd' vol kan houden (het geheim van rennen, volgens voornoemde vriendin met de vliegende voetjes)
Ik weet nog wel dat ik als achtjarige een keer achter mijn vader aanrende, dat hij stopte en zei: 'ik hoorde meteen dat jij het was, met die platvoetjes van je.'
Maar die heb ik dus in werkelijkheid niet. Sterker nog, mijn rentechniek is niet eens zo slecht, zo werd mij gisteren weer verteld, toen ik bij Runnersworld nieuwe schoenen ging kopen.
Nieuwe schoenen en een horloge waar op koeieletters een stopwatch is weergegeven, om het een beetje uitdagend te houden.

Want ik ga het alweer doen.
Sterker nog, ik heb het net gedaan. Ik heb gerend.
Het is een vast trajectonderdeel van revalidatie. En aangezien het nu een maand of vier geleden is sinds ik aan mijn knie ben geopereerd, is dat onderdeel begonnen.
Zelfs voor een niet-renner begint deze training mild: gisteren vijf keer twee minuten, vandaag vier keer drie.
Toch moet ik alle zeilen bijzetten.
De buurt leeft erg mee, dat moet gezegd. Gisteren was er een mij volslagen onbekende oude meneer die een stukje met me mee rende totdat zijn vrouw hem inhaalde en aan zijn oren wegtrok.
Vandaag waren er alleen wat verschrikte vogels, die ik venijnig 'boe' toeriep, om mijn frustratie te botvieren.
Ik heb ook een tijdje op het ritme van 'het moet het moet het moet' gerend.

Maar om eerlijk te zijn: ik ben niet alleen kort van adem, ik ben ook traag. Dat is waarom het Oosterpark ook op een trauma uitliep: vanaf een uur of zeven kwamen de echte renners uit hun nestjes en spoten me werkelijk aan alle kanten voorbij. Ik zweer je dat ze er af en toe gemeen bij grinnikten en mijn rechteroog maar knipperen - misschien dat daar die oude meneer ook van in de war raakte.

Waarom doe je jezelf dit aan Jowi? vragen jullie je nu met bezorgd gefronste wenkbrauwen af. Laat dat rennen toch, laat die fysio een ander klusje voor je verzinnen. Boomboksen ofzo.
En jullie verwarmen mijn hart, absoluut, maar het antwoord is: Het moet.
Over een week of wat moet ik met het fysiotherapie groepje aan de buitentraining, oh gruwel, dan zijn er getuigen.
En ook, maar dat moet je niet verder vertellen: ik kan het niet uitstaan dat ik het niet kan.

12 Oktober 08 om 12:10 :: Reageer (20)

Kinderboekenafdelingverbod


Ik vertelde de bibliothecaresse van de nieuwe (hoe lang heet een gebouw 'nieuw'?) bibliotheek dat het voor mij allemaal zo 'leuk' niet hoeft, toen ik na een intensieve zoektocht gefrustreerd bij haar aanklopte omdat ik het door mij gezochte kinderboek nog steeds niet kon vinden.
In de nieuwe bibliotheek denken ze namelijk dat kinderen lezen vreselijk vinden en dat ze de boeken daarom zo versuikerd mogelijk moeten presenteren.
De kinderboekenruimte is dus verdeeld in krullerige reuzenkasten waarvan er één 'dromen en lezen' heet en een andere 'ik en de wereld'. Er is ook een kast met een trap erin die iets als 'vanalles wat' heet en waar je al helemáál niets kan vinden. Bovendien, als schrijver van een kinderboek zou ik nooit in die kast willen staan. Dat komt toch een beetje teveel overeen met de koopjeshoek van de Hema.

Maar ik zag het verkeerd. Want deze kinderboekenafdeling, zo legde de bibliothecaresse me fijntjes uit, denkt vanuit het kind ('welk kind' mompelde ik en keek zogenaamd verschrikt om me heen, een grap die normaal met oorverdovend gelach wordt beloond) en het kind heeft, om het leesleed nog wat meer te verzachten, van die dikke kleurrijke kussens in knusse hoekjes nodig. Het kind heeft behoefte aan een reusachtige ijsbeer bij de uitgang, zodat het beest na het vreselijke boekzoeken even aangeraakt kan worden. Het kind heeft behoefte aan thema's. Schrijversnamen zeggen het kind niets en boektitels al helemaal niet.

Mijn bibliotheek van vroeger was een zijvleugel van een lyceum en de kinderafdeling was precies één muur lang. Ik heb de boeken op alfabet gelezen en was ruimschoots voor mijn twaalfde klaar, wat me de blijde illusie gaf dat ik, als ik zo doorging, hetzelfde voor de volwassen boeken kon doen en dan dus uiteindelijk alle Nederlandse boeken die er bestonden wel gelezen zou hebben. Dan alleen nog de wereld en ik kon voor mezelf beginnen.
Al die heimelijk hoop ontbeert het nieuwe bibliotheekkind, legde ik de bibliothecaresse uit. Ten eerste is het boek, mocht je een specifiek boek zoeken, per definitie onvindbaar. Wie zet tegenwoordig nog een boek op alfabet terug, bovendien sjouw je er vaak nog even mee rond en dat is op deze afdeling al helemaal funest want zo kan het gebeuren dat een horrorboek onverhoeds tussen de liefdesboeken terecht komt. Vind het dan nog maar eens terug.
Ten tweede bepaalt iemand anders, niet de schrijver, waar het boek over gaat. Neem zo'n themakast als 'avontuur en ik'. Stel dat daar het saaiste boek ter wereld wordt gezet omdat de bibliothecaris nou eenmaal een dooie deurknop is die het kijken naar de baardgroei op een pukkelige zestienjarige jongenskin als hoogtepunt van avontuur beschouwt.
Zo'n kind kiest natuurlijk net dát boek uit, leest het, verveelt zich dood en laat vervolgens die hele kast links liggen. Daar zal je als geweldige avonturenboekenschrijver maar naast liggen, naast zo'n alles verpestend rotboek.

'Ik ben dus tegen', zei ik tegen de bibliothecaresse.
Ze produceerde een klein glimlachje en mompelde 'hoe oud bent u nou helemaal'. Maar misschien verstond ik dat verkeerd.
Ze tikte het boek dat ik zocht nog eens in op de computer en zei toen: 'Oh kijk, het is een C-boek, een puberboek, dat ligt boven op de volwassenenafdeling - op alfabetische volgorde. Fijn voor u, nietwaar?' Daarna lachte ze schaterend.

Het zou me niet verbazen als ik bij mijn volgende bezoek opeens een kinderafdelingverbod blijk te hebben. Dat er een alarm afgaat en in vrolijke kinderletters 'Verboden voor deze ongezellige alfabetliefhebber' te lezen staat.
En dat terwijl ik alleen maar een boek zocht. Of is het misschien omdat mijn been bij het zien van de ijsbeer bij de uitgang onverhoeds naar voren schoot en zo het hele dier over de 'avontuur en ik' kast heen deed vallen terwijl ik er schril 'dit is pas avontuur!' bij gilde.
Ik moet het ze nageven, zo'n ijsbeer kan behoorlijk bevredigend werken.

06 Oktober 08 om 08:02 :: Reageer (veertien)

Zoeken

Laatste reacties

  • Petronella :-): Die kunstwerken zijn dus eigenlijk net mensen. Opva&
  • Frans54: Ook de meest affordable kunst ligt in het algemeen &
  • blue: Maar, Jowi, je kwam toch voor die vrienden in de ee&
  • Stoere Schrijfste…: Dat herken ik. Beeldende kunst versta ik ook zelden&
  • Jowi: @Floor 'KochBos' dat zeggen ze zelf altijd.
  • Jowi: @Ivo n allemaal hokjes aan de muur getimmerd? Het h&
  • Floor: Was die bevrijde kunst mooi tot zijn recht gekomen &
  • ivo victoria: nogal een geluk dan dat het geen kinderadoptiebeurs&
  • Jowi: @UncleB maar je had me toch wel geholpen met kunst &
  • UncleB: Ik was vast al na één rondje uitgestapt.