Vakantiebus

Ze gingen gisteren met de Vakantiebus, een dagkamp in de Kennemerduinen. Milo met zijn vijf jaar voor het eerst, Aran als veteraan. Aran had zijn buurmeisje als maatje aan zijn zijde, Milo had niemand.
Het zijn van die mijlpalen, ook voor ouders, net als Milo’s A-diploma laatst – en wat zijn ze dik gezaaid zo aan het einde van een schooljaar trouwens, die mijlpalen.
Ik tobde dus bij het wegrijden van de bus over de zaken waar ik altijd over tob: zullen ze aardig zijn voor mijn jongens. Zullen ze zich niet eenzaam voelen. Worden ze niet geknepen in de bosjes? En als wel, knijpen ze dan wel terug?
Vanmorgen kondigde Milo aan dat hij niet nog eens wilde. Met die rotbus. Hij huilde er preventief bij, waardoor al mijn zorgen als wekkers aansloegen. Ik had geen weerwoord paraat, maar Edwin zei: ‘Zullen we anders aan de naschoolse opvang vragen of je daar terecht kan?’
Milo begon hevig met zijn hoofd te schudden. Dat was nóg erger. Meteen werden mijn wekkers weer stil, want zó erg is die naschoolse nou ook weer niet.
Uiteindelijk reden we zingend naar de opstapplek.
Aran pakte Milo’s hand én zijn tas toen ze de bus in klommen.
Ik zwaaide, hoewel de ruiten zo donker waren dat ik alleen hun handjes kon zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.