Coen

Hoeveel columns passen er in mij? Gisteravond schreef ik nummer vijf (voor de Dagkrant van Theaterfestival Boulevard), maar nummer zes wil nog niet lukken. Misschien hang ik te dicht om het thema heen; huis, thuis, herkomst. Het is zo groot, waardoor alles zo groot wordt. Alsof er een gong galmt bij elk woord dat ik schrijf. En ik hou niet zo van gongen.
Dan moet ik denken aan flyerman en voor ik het weet wandelt hij ’s Hertogenbosch binnen. Mag dat, een man verplaatsen? Ik doe het gewoon. Want het gevoel was echt.
Dit is het verhaal:
Ik werkte net voor het Holland Festival en maakte net als nu de Dagkrant. Ik was nog stagiaire en mijn opdracht was: vind mensen die fan zijn van het Holland Festival. Mijn probleem; waar vind je die? Dus ik ging naar de Schouwburg en gluurde vanachter een krantje naar voorbijgangers. Toen kwam hij binnen. Een knappe man, met blond haar, bleekblauwe ogen en zo’n slungelig lijf dat bij een jonge hond hoort die net geen puppy meer is. Met van die ledematen die nog alle kanten op willen.
De man bekeek de krantjes, de flyers, de mandjes met extra flyers, de papieren bij de kassa. Maar toen de caissière vroeg of ze hem kon helpen, negeerde hij haar en wandelde snel weg. Ik voelde me verwant aan hem. Ik volgde hem naar de Balie, waar hij opnieuw in de blaadjes graasde. En uiteindelijk vroeg ik het: of hij al die voorstellingen wou gaan zien. Hij keek me verschrikt aan, en zweeg een tijdje.
‘Ik ben Coen en ik verzamel flyers,’ zei hij tenslotte.
‘Hou je van theater?’ vroeg ik nog.
Coen haalde zijn schouders op. ‘Ik hou van flyers.’
Ik schreef het toch maar op, allemaal. En ik leerde dit: als je maar weet waar je van houdt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *